2013 was het jaar: waarin de Vlaamse motorcross terug naar af ging

Het Vlaamse motorcrosslandschap onderging nog maar eens een
verandering in 2013. De versnippering tussen de verschillende federaties en
clubs  is opnieuw een feit. Deze verschillende
belangen van de federaties blokkeren al jaren heel wat initiatieven en ligt aan
de oorsprong van veel ellende.

 

 

 

Geen situatie die schrijnender is in motorland dan de
eeuwigdurende heibel
tussen de Vlaamse motorcrossfederaties. Na jaren van
stabiliteit veranderde het Vlaamse motorcrosslandschap in de jaren ‘2000 tot
een onontwarbaar kluwen. Maar de afgelopen jaren kwam er mede door de crisis
terug weer wat stabiliteit. In 2013 had je twee machtsblokken: de UMC-VMBB en de FAM.  De VMBB – de Vlaamse tak van de Belgische Motorrijdersbond (BMB) –
is door de jaren heen altijd al een begeerlijke partner geweest.  Daarbij ging de VMBB in het afgelopen
decennium allianties met zowat alle mogelijke partners aan.  Voor 2013 leek alles in een stroomversnelling
te komen. Onder de UMC-koepel werd er voor het eerst een Vlaams Motorcroskampioenschap
gehouden. Dat ging in april onder een ongunstig gesternte van start toen de
eerste ronde in Vollezele samen viel
met de eerste ronde van de Belgian
Masters of Moto X
i
n Mons.  Een aantal
subtoppers koos voor Vollezele terwijl anderen wel in Mons aantraden. De VMBB
schoot zich hierbij recht in de  voet van
nationale koppel BMB.

 

 

Deze maand blies de VMBB de samenwerking met de UMC eenzijdig op in een mededeling
op z’n site. De federatie haalt verzekeringsperikelen als aanleiding voor de
splitsing aan. Tegelijkertijd maakt de
VMBB
bekend dat de licentietarieven voor 2014 dalen.  Of dat genoeg zal zijn om veel piloten aan
zich te binden is nog maar de vraag. De VMBB-heeft zelf maar een elftal
wedstrijden op z’n kalender voor 2014 staan maar opereert wat motorcross
betreft nog steeds onder de BMB-koepel waardoor de kalender beter gevuld wordt. 

 

 

Prijzenslag

 

Ook de overige federaties maken gewag van een daling van de
licentieprijzen. Alle federaties zijn bij AXA
verzekerd maar telkens via verschillende makelaars. Omdat die makelaars per licentie
een commissie toekennen aan de desbetreffende federatie wordt er op mekaars
rijders geaasd. Vreemd genoeg geven de federaties nu toch een deel van hun
marge op.  Geloven dat een prijsverschil van € 30 of € 40 op
een licentie voldoende zou zijn om een rijder over de streep te trekken,  getuigt eerder van een gebrek aan
realiteitszin. De impact van een dergelijk bedrag  op het benodigde  budget om een seizoen lang te crossen is dan
ook nihil.

 

 

En dat brengt ons meteen bij het volgende punt.  Zijn de huidige besturen van de
motorcrossfederaties niet een beetje wereldvreemd?  Zouden ze in de situatie waar de motorcross
in Vlaanderen zich nu in bevindt niet beter de handen in mekaar slaan in plaats
van mekaar vliegen af te vangen? Op die manier zouden ze de belangen van hun
leden – de rijders voorop – kunnen verdedigen en  ijveren voor meer trainingcircuits.  Circuits waarop nieuwe rijders hun debuut
kunnen maken alvorens ze in wedstrijden gaan uitkomen.  Zeker nu de geplande havencircuits op de helling komen te staan,
zou het goed zijn dat de federaties één gezamenlijk standpunt  innemen. In andere landen zijn het immers de
federaties die regels voor circuits opstellen. Een gezamenlijke bond zou ook
z’n graantje van de nieuwe circuits kunnen meepikken door middel van een zgn.
trainingslicentie.

 

 

De versnippering van het
Vlaamse motorcrosslandschap
mag dan al iets opleveren voor een aantal bondsbesturen,
toch weegt dat niet op tegen wat ze al gekost heeft aan de motorcross in
Vlaanderen. Zo loopt de sport al jaren Bloso-subsidies
mis omdat bondsbesturen halsstarrig weigeren te fuseren. Maar naast
Bloso-subsidies grijpt de Vlaamse motorcross ook naast sponsoring. Een flink
aantal bedrijven weigert in zo’n versnipperd landschap in een bepaalde
federatie te investeren.  En dan is er
nog de imagoschade. Het eeuwige gekrakeel tussen de federaties heeft er voor
gezorgd dat heel wat mensen in de Belgische
motorindustrie
, motorcross niet eens meer serieus nemen als sport.

 

 

Tot slot is er ook nog de vaststelling dat de motorcrosssector in Vlaanderen steeds in gespreide slagorde
wordt vertegenwoordigd door de federaties. Straks hebben we dus drie ipv een
officiële standpunten en dat maakt alles een pak moeilijker.   Het spijtige is dat heel wat toeschouwers, piloten en andere
belanghebbenden
(motorhandelaars, sponsors, …)  zich allang bij deze situatie hebben
neergelegd.  De huidige situatie zal op
lange termijn onwerkbaar blijken en is dus in feite niet wenselijk.

 

 

Als de bondsbesturen het echt goed voor hebben
met de sport doen ze het enige juiste: fuseren. Maar gezien de hardnekkigheid
waarmee sommige bestuursleden zich aan hun ‘postje’ vastklampen valt daar voor
te vrezen…

 

 

 

 

Foto: Image Globe/Belga

Facebook comments