Het lijstje: Vijf opmerkelijke competitie Honda's

Geen enkele andere constructeur heeft zo'n gestoffeerd Motorsport-palmares als Honda. Of het nu om wereldtitels in de Wegrace GP's, titels in het AMA Motocross en Supercross of Isle of Man TT-zeges. Bij die triomfen horen natuurlijk ook motorfietsen waarop deze behaald werden. Vaak zijn dat bijzondere machines van de 250cc tweetakt zescilinder RC166 uit 1966 tot de RC211V waarmee Honda in 2002 de eerste MotoGP-wereldtitel pakte.  Toch vormen al deze bekende machines maar het topje van de ijsberg. Honda bouwde door de jaren heen ook heel wat andere, vaak exotisch aandoende, machines en dat voor de meest uiteenlopende disciplines. We zetten er vijf heel bijzondere op een rijtje.

 

5. RS750 (1984)

Met de RS750 viel Honda midden jaren'80 de hegemonie van Harley-Davidson in het AMA Grand National-kampioenschap aan. Met onder andere de latere 500cc GP-piloot Bubba Shobert in het zadel domineerden de RS750's op de Amerikaanse Flat Track-pistes. De dikke luchtgekoelde V-twin van 768cc ontwikkelde zo'n 100 pk. Van 1984 tot en met 1987 ging het AMA Grand National-kampioenschap telkens naar Honda. Eerst met Ricky Graham als rijder, de drie daaropvolgende jaren met Bubba Shobert. Na het seizoen 1987 wijzigde de AMA (American Motorcyclist Association) echter de regels van het Grand National-kampioenschap waardoor de Wegrace-wedstrijden plots niet meer meetelden en het een defacto Flat Track-kampioenschap werd. Daar had Honda weinig zin in en dus trok het zich officieel terug.

 

4. RS360 T

Opnieuw een machine uit het gezegende jaar 1984. Een jaar waarin de prestigieuze Honda Racing Corporation liefst vier Belgische fabriekspiloten in dienst had. André Malherbe, André Vromans en Eric Geboers in het WK 500cc Motorcross én Eddy Lejeune in het WK Trial. Lejeune zou met de RS360 T z'n derde en laatste wereldtitel pakken. De RS360 T was zo'n beetje de laatste der Mohikanen want de ontwikkeling ervan was nog onder de teneur van Honda's RSC-afdeling (Racing Service Center) begonnen. De RS360T was bovendien de laatste fabrieks-Honda met een stereovering achteraan. Leuk detail Lejeunes RS360 T werd (deels) ontwikkeld en onderhouden in het Europees hoofdkwartier van HRC in Aalst.

 

3. RN-01 G-Cross

Deze RN-01 is zeker dé vreemde eend in de bijt in dit lijstje. Het is namelijk niet echt een motorfiets, maar wel een fiets. Tussen 2004 en 2007 kwam Honda in het Downhill Mountainbike uit met het G-Cross Team en dat zowel in het Noord-Amerikaanse NORBA-kampioenschap als in de meer Europees getinte UCI World. De RN-01 G-Cross - de G duidt aan dat de machine vooral door de zwaartekracht wordt aangedreven - werd door HRC ontwikkeld. Opvallend genoeg gebeurde dat op een moment dat HRC geen officieel fabrieksteam in het WK Motorcross had. De fietsen (of mogen we het hier toch over machines hebben?)  waren allemaal prototypes die puur voor de competitie gebouwd werden. Een verschil met de DH-fietsen van de andere constructeurs die ook gewoon in de handel te koop waren. HRC werkte met nogal wat leveranciers uit de motorindustrie samen zoals Showa, Maxxis en Motorex. De monteurs van het G-Cross team deden héél geheimzinnig over de versnellingsbak die oa toelaat om te schakelen zonder te trappen. De RN-01 G-Cross behaalde titels in de UCI Downhill World Cup  en in de NORBA DH Series (beiden met de Zuid-Afrikaan Greg Minnaar). Toch resulteerden de sportieve successen nooit in een spin-off voor klanten en trok HRC eind 2007 de stekker uit het project.

 

2. EXP-2

Een motorfiets die gewoon 'EXP-2' heet moet wel héél bijzonder zijn, zeker als het dan nog een Honda is. EXP-2 mogen we hier interpreteren als 'Experimenteel en 2-takt'. De 402 cc metende machine heeft slechts één wedstrijd op z'n actief, de Dakar-rally van 1995. De EXP-2 was z'n tijd ver voor vooruit en dat niet alleen vanwege z'n aluminium frame maar ook vanwege z'n geïnjecteerd tweetaktblok. Je kan de EXP-2 daarom ook beter als een 'rijdend lab' dan als een pure competitiemachine zien. Het project kwam overigens uit het budget van Honda's R&D-afdeling en niet van HRC. Ondanks een serieus deficiet qua vermogen - de EXP-2 ontwikkelde een piekvermogen van 54 pk - ten opzichte van de dikke viertakt Yamaha's wist fabrieksrijder Jean Brucy de machine toch naar een 5e plaats in het algemeen klassement te sturen en de klasse onder de 500cc op z'n naam te schrijven. Na de zege werd er nooit nog wat van het project vernomen.

 

1. RC125M

Er zijn prototypes en dan is er de RC125M. Deze spectaculair ogende crossmachine werd alleen in het Japans kampioenschap ingezet. De tweecilinder RC125M moest het antwoord op Gilera's tweecilinder 125cc crossmotor zijn. De kleine tweetakt perste er 35 pk uit, iets wat destijds ongezien was. Ook Roger De Coster, die zich toen met de ontwikkeling van de Honda crossmotoren bezighield, had z'n vinger in de pap bij deze RC125M. De Coster had tijdens z'n periode als Suzuki-fabrieksrijder met de cantilever voorvork van de Italiaanse constructeur Valentino Ribi kennis gemaakt en zag de voordelen van deze technologie in. De Coster introduceerde Ribi bij Honda's hoofdkwartier in Japan en dat resulteerde in de cantilever voorvork van de RC125. Deze pure fabrieksmachine behaalde in 1981 de Japanse 125cc Motorcross-titel en verdween daarna naar het museum.

 

Foto's: Honda Museum, Honda PR

Facebook comments