Het lijstje: Vijf soorten toerrijders

Tekst: Bart Jacobs

Foto's: constructeurs

 

1. De stadscowboy

Zoals z'n  naam het al doet vermoeden opereert de stadscowboy voornamelijk in stedelijk gebied. Hij woont in de stad, of aan de rand ervan, en voelt zich daar dan ook 100% thuis. Als hij zich al uit z'n thuisstad waagt, is het om over de autosnelweg naar een andere (groot)stad te rijden. Is de stad z'n actieterrein dan prefereert de stadscowboy toch een dikke allroad. Deels uit praktische overwegingen (hogere zit, betere kijk over verkeer, handelbaarheid) maar ook als statussymbool. Een beetje zoals een SUV dus. De stadscowboy gebruikt z'n motorfiets voor woon- én werkverkeer en als het even kan dagelijks. Eventuele aluminium zijkoffers herbergen geen kledij wel een laptop en  paperassen.  Niet zelden is de stadscowboy een vrije beroeper of bekleedt hij een managementpositie.

 

2. De machinist

De machinist maalt graag kilometers af. Dat doet hij in het zadel van z'n comfortabele maar snelle machine. Voor een meeting in München neemt hij niet het vliegtuig, maar wel z'n sporttoermachine. De machinist is een meester in het pakken van z'n koffers, niet zelden beschikt hij over een machine om z'n ondergoed vacuüm te verpakken. Onderweg naar z'n bestemming stopt hij alleen voor een snelle tankbeurt en een Red Bull.  De machinist legt graag grote afstanden op korte tijd af en verkiest daarom landen met een relaxte verkeerswetgeving zoals Duitsland.

 

3. De kilometervreter

De kilometervreter is vaak een jonggepensioneerde. Hij rijdt meestal met een echte toermotor waarop comfort voorop staat. Naast treffens en meetings in het weekend, rijdt hij bij 'redelijk weer' ook weleens op eigen houtje naar de Kust, de Ardennen of pakweg Scherpenheuvel én dat midden in de week. De kilometervreter trekt ook tweemaal per jaar op reis met de motorfiets, daarbij niet zelden vergezeld van z'n levenspartner.  De kilometervreter rijdt dan aan z'n eigen tempo en stop geregeld om de inwendige mens te versterken. Als hij aan het eind van het jaar z'n 'boekhouding' overloopt, is hij altijd weer een beetje verbaasd over het grote aantal kilometers dat hij heeft afgelegd.

 

4. De luxe-toerist

De luxe-toerist heeft een bovenmodaal inkomen en kan dus iets meer spenderen aan z'n hobby, dan de andere toerliefhebbers. Hij is wellicht de minst fanatieke maar prefereert wel de duurste en mooiste motorfietsen. Vroeger nam hij z'n Amerikaanse V-twin op een aanhanger mee naar de Côte d'Azur, gewoonweg omdat hij tegen de lange rit doorheen Frankrijk opzag. Van thuis naar Knokke ging nog nét wel. De laatste jaren vliegt de luxe-toerist echter naar z'n bestemming om daar ter plekke een motorfiets naar z'n smaak te huren. Zo kan hij in goede omstandigheden op premium motorfietsen rijden. Rijdt graag door Montana op een Harley-Davidson, maar evenzeer rond het Lago Maggiore op een Moto Guzzi. Een goede maaltijd en dito glas wijn horen bij de ervaring.

 

5. De avonturier

De avonturier is van jongs af aan met het reisvirus besmet. Als kind droomde hij al weg bij de condensstrepen van overvliegende vliegtuigen. Enkele jaren later begon hij als tiener per brommer te reizen. Eerst naar de zee of de Ardennen, later zelfs verder weg. De brommer werd algauw een motorfiets en spoedig was West-Europa hem te klein. Als hij in België is leeft de avonturier heel erg sober, hij spaart zoveel mogelijk voor de volgende reis. En er is altijd wel een volgende reis. Altijd heeft de avonturier nieuwe plannen, een nieuw project. Z'n favoriete motorfiets is een allroad. Geen hi-tech ding met veel elektronica, wel eentje met beproefde mechaniek waar hij zelf aan kan sleutelen. En dat is geen luxe bij panne in de brousse van Congo ofzo.

 

 

Facebook comments