Klassieker: BMW K75

De in 1985 geïntroduceerde BMW K75 is een schoolvoorbeeld van 'meer doen, met minder'. Dik twintig jaar voor de term 'downsizing' doorbrak in de auto-industrie, is het nét dat wat BMW Motorrad deed. Toen de komst van de K75 eind 1984 wereldkundig werd gemaakt, fronsten heel wat belangstellenden flink de wenkbrauwen. Meer nog, sommigen, waaronder ook journalisten en die-hard BMW-liefhebbers konden er niet mee lachen en zagen het nut van de driecilinder niet in.

 

Ze hadden echter ongelijk. In 1983 had BMW Motorrad immers de K100 voorgesteld. Die machine was meteen de eerste viercilinder-in-lijn van de Beierse constructeur. De Boxer-puristen waren niet gelukkig met de komst van de K-Serie omdat ze dachten dat deze het begin van het einde van hun geliefde motorconfiguratie inluidde. Dat het zover echter nooit kwam moge bijna 35 jaar later duidelijk zijn. De ontwikkeling van de aandrijflijn van de K100, waarbij motorblok, versnellingsbak en cardanas als het ware één geheeld vormden, was een behoorlijk dure operatie geweest.

Om de kosten van de dure ontwikkeling zo goed mogelijk af te schrijven was er al vroeg beslist dat er ook een kleinere K-motor zou komen. BMW Motorrad had zo'n krachtbron kunnen ontwikkelen door de boring- of slaggrootte te verkleinen, maar koos ervoor omdat niet te doen. Ze opteerden voor een eenvoudigere oplossing door een cilinder van de viercilinder K100 'af te zagen' zodat ze bij  een driecilinder K75 uitkwamen. Destijds ongezien maar wel super-efficiënt en ook de redenen waarom het niet meteen begon te dagen bij sommige motorjournalisten.

 

Was de pruillip van de boxer-puristen bij de introductie van de K75 nog groter dan voorheen, dan hadden ze bij BMW Motorrad wellicht een brede smile op het gezicht. Zeker na het lezen van de eerste testverslagen. Die vonden weliswaar dat  het de alleskunner aan PK's ontbrak, zeker ten opzichte van de Japanse concurrentie, maar dat hij een stuk beter stuurde dan de K100. Dat beter sturen had alles te maken met  de driecilindermotor die gewoonweg minder trillingen genereerden dan de viercilinder waarvan hij afgeleid was. Vooral het voorwiel stuurde een stuk makkelijker in dan op de K100. Toch waren er nog sommige journalisten die dan weer vonden dat K75 'overcontroleerbaar' was geworden. Het is ook nooit goed voor die mensen....

In 1985 introduceerde BMW meteen twee verschillende versies van de K75: de naakte basisversie en de K75C. Het was de met een kopkuipje uitgeruste C-versie die meteen de beste verkoopcijfers zou voorleggen. Later volgden er ook nog een sportievere S-versie en de toergerichte RT-versie. Het was deze laatste versie die  vaak ingezet zou worden door de Duitse politiediensten. Ook de Bundeswehr, het Duitse leger, zou gebruik maken van de K75 maar de Feldjäger  escorte-eenheid verkoos de basisversie.De K75 zou tot 1996 verkocht worden.

 

Technische fiche BMW K75C (1985)

Motor: Watergekoelde, overlangs geplaatste, driecilinder-in-lijn met twee kleppen per cilinder en Bosch LE-Jetronic elektronisch injectie-systeem.

Cilinderinhoud: 740cc

Vermogen: 75 pk/aan 8.500 opm

Koppel: 68 Nm/6.750 opm

Versnellingsbak: vijfbak

Transmissie: Cardanas

Frame: Brugframe met stalen buizen

Rijklaar gewicht: 227 kg

Prijs 1985: 12.890 DM (of 6.590 Euro)

Huidige prijs: Variërend tussen 1.500 en 3.500 Euro, afhankelijk van bouwjaar en staat.

Facebook comments