Lezer op reis Noorwegen

Noorwegen, Noorwegen… de vele verhalen die ik ervan gelezen en gehoord had, bevielen me wel. De meeste van deze verhalen gingen over reizen met de mobilhome maar vooral die over een motortrip op zoek naar het noorderlicht fascineerden me. Aangezien ik met mijn wederhelft de reis wilde maken met de motor en we dus beperkt waren in bagage,  reden we van hotel naar hotel omdat we geen kampeerders zijn en zo alvast wat minder bagage zouden moeten meenemen. Het weer in Noorwegen leek me ook niet zo geweldig om daar een tentje op te slaan, al zijn er wel mogelijkheden om van hut naar hut te rijden maar dat leek ons wat omslachtig om dit op een fatsoenlijke manier te regelen.

 

Tekst en foto’s: Danny Van Daele

 

We stonden in twijfel of we naar Hirtshals in Denemarken of Kiel in Duitsland zouden rijden om van daaruit de oversteek te maken. Er was evenwel ook nog een derde mogelijkheid, meer bepaald die om met DFDS Seaways vanuit Gent naar Brevik te varen. Na wat internetten besloten we om voor de laatste optie te gaan.

 

Mag ik overvaren?

Nu de plannen concreet vorm kregen, begon ik routes uit te stippelen om een mooie toer te maken langs verschillende grote steden met altijd de gedachte in het achterhoofd om op tijd terug te zijn om de boot terug te nemen. Deze wacht namelijk niet. Het zijn immers in wezen nog altijd vrachtschepen, weliswaar comfortabel ingericht want passagiers zijn een welgekomen extra inkomst voor de rederij.

Na dagenlang routes maken en nog eens aanpassen, hotels boeken… was het eindelijk zover. De motor was perfect in orde gebracht en tot mijn grote verbazing had mijn vrouw zelfs nog plaats over na het inpakken. Het was vrijdag in de namiddag en we vertrokken naar de haven van Gent. Met deze in zicht nog vlug de motor volgetankt, in Noorwegen is de benzine net zoals eten en drinken immers flink wat prijziger dan in ons landje. Op de parking kwamen er nog een paar auto’s en een mobilehome aangereden die ook moesten inschepen. Het schip, de Petunia Seaways, lag daar al te wachten op ons met ernaast nog een schip van dezelfde rederi, de Primula Seaways.

Na een half uurtje wachten en de nodige formaliteiten in orde gebracht te hebben, mochten we aan boord rijden. De auto’s en mobilhome werden door het personeel aan boord gereden, de motor daarentegen moest ik zelf onder mijn hoede nemen en dat leek me ook het verstandigste. De spanriemen om te motor vast te sjorren had ik al bij me, dat was me door de mensen van DFDS aangeraden, maar eens de motor aan dek, kwam er een gedienstige man naar mij met verschillende spanriemen, dus daar zeker geen gebrek aan.

De motor stond goed vast - je weet nooit of je zwaar weer krijgt – en eens op het bovenste dek kregen we onze slaaphut toegewezen. Een kajuit met een stapelbed, douche met wc, tafeltje met stoeltjes er rond, kortom: alle basiscomfort voor een een overtocht van twee nachten. Na alle benodigdheden uitgepakt te hebben gingen we even op verkenning naar de eetplaats en het salon. Men kon vanuit deze twee aparte zalen het voordek met de vele containers zien, de arbeiders waren nog druk bezig met het schip te laden om uiteindelijk na een klein avondmaal het ruime sop te kiezen richting Terneuzen en zo de Noordzee op naar Brevik. De volgende dag zijn we dan ontvangen op de brug en mochten we geruime tijd vanuit deze mooie positie de route meebeleven. Links en rechts alleen maar water en zicht op een zwembad dat aan onderhoud toe was (en bij de terugkeer ook netjes terug in orde was).

Korte dagtrips

De aankomst in Brevik was al om 4 uur in de ochtend en ja, we moesten van boord. Het uitzicht vanaf de kade was veelbelovend en het weer was goed maar nog fris. Het voordeel van zo’n onchristelijk uur is dat we geen enkel levend wezen te zien kregen onderweg naar Kristiansand, ons eerste verblijf voor één nacht. Ook geen eland, iets waar we nochtans naar uitkeken. We hebben er trouwens op heel onze trip van tien dagen geen enkele gespot, jammer. De tocht naar Kristiansand liep over een prachtige weg zonder ook maar één verkeerslicht en met de cruise control op 80 km/uur was de te overbruggen afstand van 180 kilometer snel soldaat gemaakt. Om 9 uur in de ochtend arriveerden we bij onze gastheren en we mochten gelijk nog een kopje koffie en een hapje meeëten. De rest van die eerste mooie dag op Noorse bodem gebruikten we om Kristiansand uitgebreid te verkennen. Musea, een mooie Domkerk, een dierenpark, een natuurpark, de ook door Noorse toeristen geliefde stad heeft echt veel te bieden.

Na het ontbijt rijden we richting Stavanger langs de kustlijn om een dagtrip van 250 kilometer af te leggen. We kozen bewust voor eerder korte dagtrajecten, zo ben je op een mooi uur aan de balie van het hotel zodat je nog voldoende tijd hebt om voor het avondeten de stad te verkennen. Onderweg komen we evenwel zodanig veel plaatsen tegen waar we absoluut willen stoppen om de prachtige uitzichten te filmen en te fotograferen dat het uurschema alsnog wat uitloopt.Wat een mooi land!

 

Sneeuw, water, bochten en bier

De volgende ochtend vertrekken we na het ontbijt richting Lysebotn om van daaruit de ferry te nemen richting Forsand. Daar is de ‘Preikestolen’ (letterlijk: de Preekstoel) één van de toeristische bezienswaardigheden die we toch ook eens willen aanschouwen. Het is eigenlijk een klif die 605 meter boven de Lysefjord uitsteekt en die een perfect uitzicht biedt over de omliggende fjorden en bergen. De preekstoel is onder andere door middel van een met stenen gemarkeerde wandelroute bereikbaar. De weg naar de ferry is adembenemend, met watervallen, tunnels, sneeuw en een perfect onderhouden wegdek. Voor we de afdaling aanvatten naar de ferry versterken we nog even de innerlijke mens aan het wondermooie uitzichtpunt met bijhorende taverne. De afdaling langs de Lysebotnvegen is spectaculair met verscheidene haarspeldbochten (we telden er 27) en een tunnel waar  maar één auto door kan en waar je dus geluk moet hebben dat er geen tegenligger aankomt.

De ferry zelf hadden we vanuit België al geboekt wegens de beperkte plaatsen en daar hadden we goed aan gedaan: de boot zat letterlijk stampvol. Hoe dan ook: de tocht door de fjord is echt wel zeer mooi, maar de twee uur durende wandeling naar de top van de preekstoel lieten we aan ons voorbij gaan. Eens van de ferryboot gaat het met de motor zwierend en zwaaiend terug richting hotel, waar we na een warme douche de bus naar het centrum van Stavanger nemen om daar ons avondmaal te nuttigen. Na al die kilometers heb ik best wel zin in een fris glas bier en dat hebben we dan ook gedronken op een terras , niettegenstaande dat alcohol niet goedkoop is – en dat is een understatement - in de Scandinavische landen. De terrassen zitten nochtans goed vol met jonge lui die lustig bier drinken, dus met die levensstandaard hier zit het wel snor.

Wijn bij de slijterij

De volgende dag gaat het richting Bergen en daar komen terug een paar ferry’s aan te pas. Die varen met de regelmaat van een klok, zijn relatief goedkoop en ook luxueus. Je vertoeft op een netjes onderhouden boot met alle comfort waar je een snack kan eten en iets drinken, ook zijn er mooie zitplaatsen met frontaal zicht op de route die je vaart. Eens ingeklaard in het hotel in Bergen trekken we naar het centrum waar we de kabelbaan – de Floibanen -  naar een 320 meter hoger gelegen uitzichtpunt nemen. Zeker de moeite om dit te doen, je hebt er een prachtig uitzicht over de stad. De houten huisjes aan de kade – ‘Bryggen’ genaamd - zijn ook zeker een bezoek waard. Ze staan sinds 1979 op de  Unesco  werelderfgoedlijst en geven een indruk van hoe het er hier in deze belangrijke handelshaven in de voorbije eeuwen aan toe ging. Nu zijn er vooral soevenirshops en cafeetjes in gevestigd.

De dag daarna gaat het richting Voss, langs de Sognefjord naar Hafslo, over alweer 250 kilometer. Dit was een enkele keer dat we ons regenpak hadden aangedaan en dan nog enkel voor het opspattend water, tegen de middag was het weeral droog en aangenaam rijden. Zoals ik al eerder vermeldde, kom je bijna geen verkeerslichten tegen en kan je met een matige, constante snelheid vele kilometers afleggen. Ik heb dan ook meermaals gebruik gemaakt van de cruise control waardoor ik tijdens het rijden ook wat kon genieten van het wondermooie uitzicht. Onderweg op een tussenstop zijn we even een lokale supermarkt ingedoken om iets te eten te kopen. We wilden een flesje wijn meenemen om ’s avonds op de kamer van ons volgende verblijf te nuttigen. Na wat vruchteloos zoeken toch maar een medewerker  aangesproken met de vraag naar de wijnafdeling, waarop we het verbazende antwoord kregen dat wijn niet te verkrijgen is in de supermarkten. Die kan je in Noorwegen alleen kopen in gespecialiseerde winkels, zeg maar het equivalent van de Nederlandse slijterij. Nou, daar wilden we lekker geen tijd aan spenderen!

Steil, geen stijl

Eenmaal in Hafslo aangekomen kregen we een dure maar bijzonder goede slaapplaats, met elektrische bedden, bubbelbad en een avondmaal om duimen en vingers bij af te likken. Ook het ontbijt blijkt de dag nadien moeilijk te overzien, bergen voedsel zo hoog als die waarop we uitkijken. De eigenares is zo vriendelijk ons tekst en uitleg te verschaffen over alle ingrediënten  die er op tafel staan en die ze grotendeels zelf heeft bereid. Wel vroeg en wat oneerbiedig om dat allemaal snel naar binnen te moeten schransen, maar ja: de ferry wacht niet… Onze eerste attractie van vandaag is de trein in Flåm, de Flåmsbana. Deze heeft een stijging van 865 meter op 20 kilometer lengte en komt aan in Myrdal. Het is één van de meest spectaculaire treinritten die er bestaan, met 180 graden-bochten, watervallen waarbij even halt wordt gehouden, diepe afgronden rakelings langs het spoor…. We worden getrakteerd op schitterend weer wat alles nog wat mooier maakt, maar de totale euforie wordt ons ontzegd door een groep opdringerige Chinezen. Ik dacht steeds dat deze mensen correct en gedisciplineerd hun opstapbeurt zouden afwachten zoals men van Oosterlingen verwacht, maar dat viel even tegen. Ze gaan gewoon voor je neus op de eerste rij plaatsvatten en kijken verbaasd als je ze even terechtwijst en ze moeten aanschuiven zoals elk weldenkend mens zou doen. Los daarvan: deze tussenstop is echt een aanrader en tot onze grote verbazing liepen we er ook nog cineast Stijn Coninx tegen het lijf!

Vanuit Hafslo gaat het de volgende dag met de ferry richting Laerdal om zo via de FV243 naar Aurlandsvangen op te stomen met het prachtige uitzicht van op de Stegastein. Dit is een platform van hout en staal op een hoogte van 600 meter en het steekt ruim 30 meter uit over het fjord, geweldig! De FV 243 is op zich al een waar spektakelstuk, met veel bochten en hoge sneeuwmuren, maar wel perfect berijdbaar en goed onderhouden. Eindhalte na 370 kilometer is Kongsberg, waar een goed bord en een zacht bed ons wachten.

 

’s Morgens gaat het dan naar Oslo en wel met bijzonder goed weer naar Noorse normen. In het centrum bedraagt de temperatuur 24 graden en het is in T-shirt dat we de stad bezoeken. Het Frognerpark, waar we de motor geparkeerd hebben, het koninklijk paleis, de hop-on bus, de haven, het operagebouw, ja Oslo heeft vele bezienswaardigheden... De aflossing van de koninklijke wacht kan men van dichtbij meemaken en met de wachters mag je zonder meer op de foto. Die spring-maar-op-bus, daar moet je toch even mee opletten dat je ‘m op tijd terug neemt. Dat hadden we even over het hoofd gezien en we moesten de terugweg met de gps in de hand te voet doen. En dat op onze laatste dag in Noorwegen, tsss….

De volgende ochtend moeten we vroeg uit de veren om de Petunia Seaways  terug te nemen naar België. De man aan de hotelbalie heeft er voor gezorgd dat we ons ontbijt al rond rond half vijf kunnen nuttigen om tegen zes uur in te kunnen schepen, van een service gesproken. Na amper een half uurtje rijden staan we aan de haven, klaar om terug in te schepen. Dit was een reis die nooit uit het geheugen gewist zal worden. Noorwegen, wat een mooi land… of had ik dat al gezegd?

 

Tekst en foto’s: Danny Van Daele

Facebook comments