Lezers op reis: Eiland Man

Tijdens ons bezoek aan de Noord-Ierse North West 200 races in 2014 stak zomaar ineens het lumineuze idee de kop op om eens met de kompanen met het zijspan naar de Classic TT op het Eiland Man te gaan. Ikzelf heb er al zeven TT-races en drie Classic TT’s opzitten, telkens solo op de motor. Voor de verandering eens een keertje met het span leek me dan ook een strak plan. Aangezien wij allemaal mannen zijn van weinig woorden en veel daden lag dat plan begin oktober al in zijn definitieve plooi.

 

Tekst & foto’s: Marc De Jonghe

 

Indien je zelf de keuze wil maken met welke ferry je oversteekt naar Man en op welk uur, dan moet je vroeg boeken. Dat lukte aardig: we kozen voor een snelle ferry in Liverpool, slechts 2,5 uur naar Douglas op het IOM. Een alternatief was vertrekken vanuit Heysham, 100 kilometer noordelijker, maar die boten doen er meer dan 4 uur over. Overnachtingen boeken was evenwel een ander probleem. Ik begon mijn zoektocht in Douglas, de hoofstad van Man maar diende gaandeweg mijn actieradius uit te breiden. Maar helaas: geen B&B meer te vinden voor zes mannen. Uiteindelijk heb ik toch een fraai vakantiehuis gevonden op amper drie kilometer van het circuit, maar die luxe kwam met een prijskaartje eraan: £1100 voor een weekje pitten. Ik rekende er stilletjes op dat bij het afrekenen de Brexit in ons voordeel zou spelen…

 

Brexit, Spanxit

Om7 uur ‘s ochtends vertrekt het bonte gezelschap vanop tankstation Mannekesvere richting Calais. De bende bestaat uit Rus & Bart met een eenpersoons zijspan aan hun Honda ST1100 PanPan (de naam wordt later duidelijk), Koen met een Guzzi California Vintage, Robert met zijn BMW R1200R en ondergetekende met een tweepersoons zijspan aan een BMW K1200RS. De ‘monkey’ in mijn bak is Johan, een doorwinterde semi-professionele bakkenist. Ik heb een overnachting in Birmingham gepland voorafgegaan door een blitzbezoek aan de fabriek van Watsonian en later op de dag een passage langs het grootste motormuseum in Birmingham.

Op de M25, de ring van London, worden we geconfronteerd met één van de grootste nadelen van zijspanrijden: file. De M25 is herschapen in  ‘s werelds grootste parking en we verliezen vlotjes bijna twee uur. Na overleg met de bende besluiten we dat het museum er binnen tien jaar ook nog zal staan en we maken er alsnog een ontspannen rit van doorheen de Cotswolds naar Watsonian. Nu ja, echt ontspannen zou ik het niet noemen want plots zijn we Koen kwijt. We maken rechtsomkeer en vinden hem terug in het décor, een scherpe, beslijkte rechtse heeft hem te pakken gehad. Gelukkig valt er enkel blikschade te betreuren, een afgebroken rechtse spiegel en valbeugel en nog wat oorlogsschade aan koffer en scherm. Behalve een deuk in zijn ego mankeert Koen niks. Oef.

Amper een paar kilometer verder stoppen we bij de ‘fabriek’ van Watsonian sidecars in Moreton-in-Marsch. Stel je daar echter niet te veel bij voor, het lijkt eerder een beetje op een Franse garage, je weet wel: een geordende chaos. De Watsonians werken enkel op bestelling, maar alle modellen die ze ooit uitbrachten – de firma bestaat sedert 1912 -  zijn nog leverbaar. De twee techniekers komen met bewondering onze zijspannen keuren en wij doen hetzelfde met hun workshop, het wordt een gezellige babbel en voor tien Pond lassen ze Koens spiegel vast want in the UK heb je die rechterspiegel echt wel nodig. Rond 17u30 checken we in bij Travelodge Birmingham en na uitgebreide sponsoring van de lokale horeca zoeken we onze comfortabele hotelkamer op.

 

 

Zes kleine negertjes…

Vandaag moeten we vroeg op pad want we moeten ten laatste om 10u45 inchecken in Liverpool. Op papier makkelijk haalbaar, het is amper 200 kilometer. We zijn nog maar vijf minuten weg of aan een grote rotonde met verkeerslichten rijden Koen en Robert verkeerd. Ik had het hen nog zo nadrukkelijk gezegd: “dicht op elkaar rijden en als er eentje oranje krijgt, direct meevolgen! Niet dus….

Afspraak nummer twee was: als we elkaar dan toch kwijtraken, wachten we aan de eerstvolgende benzinepomp op de juiste weg, in dit geval dus de M42 NW. Robert was duidelijk overtuigd van zijn eigen grote gelijk en die vatte post op de M42 W. Koen komt enkele minuutjes later binnentokkelen, maar Robert zijn we dus kwijt. We weten dat hij ruim voldoende ervaring heeft als wereldreiziger om zijn weg alleen te vinden naar de ferryterminal en besluiten om te vertrekken zonder hem, want onze tijd raakt op. One down, five to go! Wij zijn nog maar net vertrokken of ik zie het zijspan van Rus en Bart niet meer!  WTF kan er nu gebeurd zijn? Samen met Koen rij ik zachtjes aan 80 km/u verder in de hoop dat ze ons nog zullen inhalen, maar nee, ook hen zien we niet meer terug. Three down, three to go!

Wat aanvankelijk op papier heel haalbaar was,wordt nu een race tegen de klok. Om 10u45 rijden we de ferry check-in binnen te Liverpool, net op tijd om via gsm te weten te komen dat Rus en Bart met de Pan in panne gevallen zijn, vandaar de nieuwe typebenaming van de Honda ST 1100… Aangezien Robert er ook nog niet is, laat ik - met veel gediscussieer en miserie - hun tickets overboeken naar de volgende ferry.

Om 14.30 u rijden de eerste drie van de bende de ferry af op Manx bodem. Three down, three on Man. Eerst even naar ons huisje om de Omer koud te zetten en de bagage af te laden en dan als de gesmeerde bliksem naar het circuit want om 18u worden de wegen afgezet omdat er getraind wordt. We installeren ons in de Crosby, een restaurant, pub, beer garden langs het circuit waar de trainende rijders ‘vollen damp’ doorkomen. Spektakel gegarandeerd! Van zodra de wegen weer opengaan tuffen we naar onze local pub - The Railway Inn in Union Mills - voor een afzakkertje. Daar krijgen we een oproep van Robert dat hij voet heeft gezet op Man.  Two down, four on Man. We gaan vroeg slapen, ik heb namelijk beloofd aan Koen en Johan dat ik de resterende reisgenoten zal ophalen aan de ferry. Die hebben namelijk ook de ferry van 20u30 gemist en worden pas rond 5u30 morgenvroeg op Man verwacht.

 

 

 

Compleet

Om 5u45 u word ik wakkergebeld, de laatste twee duiven zijn gevallen. Het hele gezelschap is terug compleet, zij het gearriveerd aan boord van drie verschillende ferry’s. Zero down, all on Man!

Zaterdag is raceday, maar het tweetal dat al 25 uur niet geslapen heeft, beslist om die beker aan zich voorbij te laten gaan. Gevieren haasten we ons naar Ginger Hall, aan de andere kant van het eiland, want om 10u30 u gaan de wegen dicht en dan geraken we er niet meer. Four on the races, two in bed. Ginger Hall is een geknipt plekje om de races te volgen: een rechts–linkse combinatie, rijders die rakelings met hun schouder langs de tralies van het brugje scheuren en niet onbelangrijk: de hele dag good pub food & drinks & toilets! Er wordt de ganse dag geraced in verschillende klasses, en we zien John McGuinness op een Patton de Senior classic TT race winnen (gem. 177 km/u) terwijl Bruce Anstey op een Honda tweetakt de Lightweight classic TT op zijn naam schrijft (gem. 185 km/u). Net voor de newcomers gaan kwalificeren verplaatsen we ons via Sulby Glenn naar de top of the mountain, Bungalow genaamd om daar te bekijken hoe er een paar nog veel moeten leren om te kwalificeren voor de TT van volgend jaar. ‘s Avonds volgt dan de grote reünie met de twee slaapkoppen, er is pizza bij de vleet en we vereren de pubs in main street Douglas met een bezoek. Six in the pub, zero in bed.

 

Kijken, rijden, eten, drinken

Op zondag trakteren we onszelf op een uitgebreid Manx breakfast in Peel om dan de toerist te gaan uithangen. Er is een groot bike festival in Jurby, met duizenden motoren, vooral uit de seventies en eighties. Kijken, luisteren, ruiken, genieten, jeugdherinneringen bij de vleet. Van al dat kwijlen krijgt een mens grote dorst en we verlaten de show om het nuttige aan het aangename te paren. Het nuttige is uitzoeken waar we morgen zullen ontbijten om daar ook de race te bekijken, het aangename is een ice cold Guinness soldaat maken! Na de dorstigen gelaafd te hebben, racen we via het circuit en over de Snaeffell naar de paddock om er T-shirts  en souvenirs te kopen. De plaatselijke bobby’s kijken een beetje raar op als ik Ramsey hairpin voluit in de slip neem terwijl mijn bakkenist omgekeerd in het span foto’s zit te schieten. Met een bak aan de Engelse kant lukt dat niet want het is een scherpe linkse. Na het obligate shoppen en curieuzeneuzen in de paddocks bollen we naar de promenade van Douglas om in Jack’s steakhouse de inwendige mens te versterken met een flink stuk Iers rund.

Goed uitgerust scoren we ons derde Manx ontbijt in het vooraf verkende Sulby hotel. We hebben het allemaal goed bekeken, we zijn niet aan één plek gebonden en kunnen de race van op verschillende plaatsen gaan bekijken. De eerste race zien we vanop het terras van het Sulby hotel. De ‘Sulby straight’ gaat over een afstand van een volle mijl kaarsrecht rechtdoor en de snelheid waarmee de rijders ons passeren is ronduit indrukwekkend. We verplaatsen ons via sluipwegen naar Rhencullen waar we de tweede race en de ‘lap of honour’ volgen. Voor de laaste races van de dag sluipen we naar Ramsay waar we vanop het terras van de pub aan Parliament square de piloten keihard zien afremmen om dan de scherpe rechtse in te duiken. Prachtig! Wij rijden langs de mooie kustlaan vanuit Ramsey via Laxey terug naar Douglas waar we een heerlijke Spaanse maaltijd soldaat maken, dit alles overgoten met heerlijke huisgemaakte sangria. Salud!

 

 

Feeën, zeehonden en haringen

Op dinsdag gaan we shoppen in Main Street. Ik zoek een kadootje voor moeder de vrouw en wil meteen ook op zoek een prachtige nieuwe helm voor mezelf. Ik heb daarnet tijdens het poetsen het zonnevizier van mijn helm naar de filistijnen geholpen dus de aanschaf van een echte Manx helm dringt zich op. Tegen de middag rijden we via Fairy Bridge naar Castletown om een terrasje te pikken, het weer blijft schitterend! Fairy bridge is volgens de overlevering een brugje waaronder de feëen wonen en je wordt verondersteld om naar hen te wuiven als je er passeert. Dat zou geluk brengen, dus we zwaaien allemaal. Baat het niet dan schaadt het niet.

Via Port St.-Mary en Port Erin bezoeken we het Calf of Man, een eiland bezuiden Man. We houden er een tea-break (jawel!) en genieten van de natuurpracht en de zeehonden die liggen te zonnebaden in de zee-engte tussen Man en het Calf Of Man. We rijden terug noordwaarts en gaan pas in de remmen in Peel. Bij Moore’s Kippers genieten we met volle teugen van het culinair hoogtepunt van onze reis: Manx Kippers, op traditionele wijze gerookte haring. Daar krijg je na een tijdje geweldig veel dorst van, dus gaan we in de ankers in het Crosby hotel voor een frisse cider om daarna nog een stapje in de wereld te zetten. 

 

Koud op de berg

De volgende ochtend plannen we ons ontbijt aan de voet van Laxey wheel, het grootste waterrad ter wereld. Het diende halverwege de 19e eeuw om water uit de tinmijn te pompen en is nu een toeristische attractie. Na het allerbeste breakfast van de week naar binnen te hebben gewerkt, nemen we de ‘mountain railway’, een meer dan 100 jaar oud treintje dat ons bovenop de berg aan ‘the bungalow’ afzet. Mooie bochtencombinaties hier, maar ik waai zowat uit mijn sweater. Ik krijg het al snel ijskoud en ga schuilen achter een hok waar ik me met verse thee warmhoud. Ik kan me onmogelijk concentreren op de race, maar gelukkig nemen er vandaag geen grote namen deel. Ik ben maar wat blij als de bende eindelijk het sein geeft om de treinreis downhill aan te vatten. We hebben deze dag goed voorbereid en nemen vanuit Laxey een binnenweg naar Gregg-Ny-Baa, één van de bekendste plekjes op het circuit. We nestelen ons in de pub en gaan een beetje om beurten naar de race kijken. Ik denk dat we nog niet voldoende opgewarmd waren om buiten te blijven zitten en bovendien smaakt de Guinness heerlijk.

Na de race volgen we het circuit naar de start-finish om dan naar Douglas promenade af te zakken waar we ons bij de Chinees volproppen met een rijsttafel van formaat. We gaan vroeg op stok want morgen moeten we ten laatste om 6u30u aan de ferryterminal staan. Deze keer allemaal samen hoop ik….

 

De volledige versie van dit reisverhaal ontdek je in Motoren & Toerisme 4-2017.

Facebook comments