Motorsporter van de week: Denny Lannoo

Na een intermezzo van 7 jaar rijdt Denny Lannoo sinds dit jaar weer op het allerhoogste Wegrace-niveau in de Benelux. Dankzij Suzuki-dealer Bike Parts komt de West-Vlaming dit jaar in de BeNeCup Superbike uit, waar hij het onder andere opneemt tegen merkgenoten Mark Fissette en Tim van Ooijen. Wat vindt Lannoo van het huidige niveau van de Wegrace in de Benelux? We vroegen het hem in het interview hieronder.

DMS: Denny, kan je voor de lezers die jou niet zouden kennen nog eens het eerste gedeelte van je racecarrière schetsen?

"Ik ben in 1998 begonnen bij de pocketbikes. Bij  2Race,  de organisatie van Katrien De Groof. Dat waren voornamelijk wedstrijden op indoorkartbanen waarbij ik het tegen jongens als Xavier Siméon, Laurent Van Bael en Sepp Vermonden opnam. Twee jaar later stapte ik over naar het 'echte' circuitgebeuren. Ik reed dat jaar circuitdagen met een Suzuki RGV250. Dat was meteen een goede basis voor m'n debuut in de toenmalige Serie 250 van het BK Wegrace. 2001 was m'n eerste jaar in de klasse, waarin ik toen in de Aprilia Cup uitkwam."

"Een jaar later, in 2002,  kon ik al meestrijden voor de titel. De beslissing zou toen in Gedinne vallen. Ik wou natuurlijk wel kampioen worden, maar ik wou toch Junior blijven omdat ik me nog niet rijp achtte om de overstap naar de Inters te maken. M'n pa had uitgerekend dat een 9e plaats volstond om kampioen te worden én Junior te blijven. Ik kwam effectief als 9e over de meet maar achteraf kreeg ik een klacht voor inhalen onder geel aan m'n broek, waardoor ik teruggezet werd naar de 10e plaats. Ik werd dus geen kampioen maar vice-kampioen en moest desondanks toch overstappen naar de Inters."

"In 2003 maakte ik dus m'n debuut bij de Inters in de toenmalige Yamaha R6 Cup. Ik zou twee jaar in die klasse rijden alvorens ik in 2005 de stap naar het EK Superstock 600 zette met het Zone Rouge Yamaha-team van Michel Nickmans. Het jaar nadien maakte ik  op nationaal vlak de overstap naar de Superstock 1000 en concentreerde ik me op de 3 Landen Cup. Die won ik tweemaal: in 2006 én in 2007. Ondertussen proefde ik ook van het WK Endurance met Jadoul Racing Kawasaki. In 2009 maakte ik de overstap naar het ONK Superbike en dat op een MV Agusta. Het was zeker een ervaring om op die machine te racen maar in een team met twee andere teamgenoten zitten, lag me toch niet zo. Het jaar daarna kwam ik voor Moto's Dirk Van Mol uit in het ONK Superbike. Toen het team aan het eind van het seizoen de handdoek gooide, stopte ik er ook mee."

DMS: Wat heb je tijdens die sabatsjaren gedaan?

"Wel, zoals veel motorsporters ben ik een wielerliefhebber. Ik heb veel gefietst, zowel op de weg als off-road en ik reed ook wedstrijden bij een zogenaamde nevenbond, de WAOD. Tijdens die wedstrijden merkte ik dat ik toch profijt had van m'n race-ervaring. Ik durfde namelijk later te remmen voor bochten en maakte daardoor dan ook plaatsen goed"

DMS: Hoe ben je dan toch terug in de racerij beland?

"In 2015 vond de eerste editie van de Twin Trophy plaats. Ik werd door Johan Geerinck van Suzuki-dealer Bike Parts gecontacteerd om op hun Gladius 650 te rijden. Omdat de Twin Trophy eigenlijk ook een Endurance-kampioenschap is, kreeg ik telkens een journalist als teammaat. Voor de laatste wedstrijd van het seizoen was er echter geen journalist beschikbaar en vormde ik team met Dennis Koninckx. We werden kampioen en vertrokken in 2016 voor een nieuw seizoen Twin Trophy maar dan op de nieuwe Suzuki SV650. Opnieuw werden we kampioen. M'n partners waaronder Suzuki Belgium, Bike Parts en Dunlop, zagen me graag naar het BK terug keren. Dat Suzuki dit jaar met een nieuwe GSX-R1000 op de proppen kwam was daarbij mooi meegenomen."

DMS: Is er veel veranderd in de 7 jaar, sinds je voor het laatst in het ONK Superbike uitkwam?

"Het is er zeker niet makkelijker op geworden om te racen. De budgetten zijn een stuk teruggeschroefd. Op sportief vlak denk ik dat we 7 jaar geleden verder stonden. In 2010 reden we een seconde sneller op Mettet en het is niet dat de motorfietsen ondertussen niet geëvolueerd zijn. Het valt me op dat destijds de lat toch hoger lag. Toen reden we met 10 man of meer in dezelfde seconde, nu zijn er dat nog vier.  Over de resultaten ben ik relatief tevreden, vooraf had ik op de top-5 in de eindstand gemikt nu is dat normaal gezien de top-3."

DMS: In juli staat er ook een wedstrijd op het stratencircuit van Chimay op het programma van de BeNeCup, kijk je daar tegenop?

"Echt happig om daar te rijden ben ik toch niet. We zullen samen met m'n sponsors bekijken of ik daar al dan niet aan de start kom. Overigens geldt dat ook voor de wedstrijden in Oschersleben, Schleiz en Dijon. Dat zijn relatief verre en dure verplaatsingen, mijn inziens moeten er toch mogelijkheden zijn om de hele BeNeCup in de Benelux te laten plaats vinden."

DMS: Hoe gaat het rijden op zich? Heb je je kunnen aanpassen aan de nieuwe GSX-R1000?

"Over de Suzuki GSX-R1000 ben ik heel tevreden. Voorlopig is de machine zelfs grotendeels standaard gebleven. Alleen de uitlaatlijn is helemaal veranderd en we monteerden ook veringelementen van Hyperpro. Verder bleven zelfs de voetsteuntjes standaard. Voorlopig heeft het ook geen zin om de elektronica van de machine te verfijnen of het blok te tunen. We hebben nu bijna 200 pk aan het achterwiel en da's voorlopig wel voldoende voor mij. Ik merk dat ik gewoon rijtijd op een motorfiets tekort kom. Dat kan ik deels opvangen door m'n werk als instructeur bij Motorsportschool Zolder maar ik wil komende winter toch ook weer aan de slag met een enduro- of een trialmachine. Destijds reed ik tijdens de winter het West-Vlaams kampioenschap Trial. Ik ben ervan overtuigd dat andere motorsportdisciplines nog steeds de beste training vormen voor een wegracer. Uiteraard bouw je conditie op door te fietsen maar het is nooit een alternatief voor rij-tijd op een motorfiets."

DMS: Je vermeldde daarstraks al dat je via Didier Jadoul van het WK Endurance geproefd hebt. Dat WK lijkt nu opnieuw in de lift te zitten, trekt jou dat nog?

"Zeker. Je mag gerust stellen dat m'n hart daar ligt. In het WK Endurance, en zeker in de 24-uurs wedstrijden worden de jongens van de mannen gescheiden. Ik word straks 34 en kom dan stilaan op een leeftijd die meer geschikt is voor de Endurance. Op fysiek vlak ben ik nu op m'n sterkst en dat kan je best gebruiken.  In augustus sta ik overigens samen met BeNeCup-leider Tim van Ooijen aan de start van de Spa 6 Hours, voor mij het hoogtepunt van het Belgische Wegraceseizoen."

DMS: Denny, we wensen jou en het Bike Parts Suzuki-team alvast het allerbeste voor de rest van dit seizoen!

"Bedankt!"

Tekst: Bart Jacobs

Foto's: Bike Parts Suzuki

 

Facebook comments