Motorsporter van de week: Wim Vanderheyden

Van alle motorsporters die we u de voorbije weken al voorstelden, is Wim Vanderheyden ongetwijfeld diegene met het meest gestoffeerde sportieve CV. De 46-jarige rijder uit Clabecq is dit jaar namelijk aan z'n 35e motorsportseizoen toe. Bovendien is Vanderheyden, dé Nederlandstalige ambassadeur bij uitstek voor de Enduro in België. Vlak voor de enige Vlaamse ronde van het BK Enduro - de Antwerp Endurocross - drong een interview met de ervaren Husqvarna Belgium-rijder zich dan ook op.

 

DMS: Laten we openen met een klassieke vraag: Hoe is het allemaal begonnen, Wim?

 

"In 1983 ben ik m'n crosscarrière begonnen in de 80cc jeugdklasse van de toenmalige BVM. Via een tussenstap in de BLB, destijds dé amateurbond bij uitstek in het Belgische Motorcross, kwam ik bij de BMB terecht. Daar reed ik vanaf 1986 in de Juniors 125cc-klasse om vervolgens door de stromen naar de Nationalen. Vanaf 1992, begon ik dan aan het internationale luik van m'n carrière. Eerst in het EK 125cc, een jaar later in de GP's."

 

DMS: Was het destijds niet makkelijker om deel te nemen aan een GP?

"Indien je op de grading list van je land stond kon je aan de GP's deelnemen. Maar we stonden daar wel vaak met 80 kandidaten, voor 40 startplaatsen, aan de start van de kwalificaties. In 1993 miste ik zo op een haar na, een paar honderdsten van een seconde, een startplaats in de GP van België 125cc in Mons. Een hoogvlieger was ik nooit maar ik wist wel in elke klasse (125cc, 250cc en 500cc) punten te scoren. Destijds kregen alleen de 15 eersten van elke manche WK-punten, nu zijn dat de 20 eersten."

DMS: Zijn er circuits waar je met plezier aan terug denkt?

"Voor mij was hét circuit bij uitstek in Europa, Foxhills nabij Swindon in Engeland. Als het goed geprepareerd én droog was, was dat een ware droom om op te rijden. In eigen land denk ik met enige melancholie terug aan de Kesterheide. Niet alleen omdat ik nog steeds een clubpiloot van AMC Dworp ben, maar vanwege het natuurlijke reliëf van die omloop."

 

DMS: Je behoort tot de generatie die zowel met twee- als viertakt machines heeft gecrosst. Hoe heb jezelf die omwenteling ervaren?

"Toen ik rond de eeuwwisseling in de 500cc GP's reed, had je wel het gevoel dat de Honda en Kawasaki tweetaktmachines verouderd waren. Omdat ik zelf een techneut ben (Wim is in het dagelijkse leven garagehouder) dacht ik de Japanse ingenieurs te slim af te zijn door een Honda CR500-blok in het frame van een Suzuki RM250 te lepelen. Op de korte en smalle trainingsbanen hier in België kwam die machine nog redelijk goed uit de verf, maar op de GP-omlopen bleek ze voor geen meter te lopen. Daarna ben ik dan overstag gegaan voor de viertakt en heb ik me een KTM 520 aangeschaft."

DMS: Een van je laatste GP-optredens was in Namen waar je inviel bij Casola Yamaha in de MX1. Genoot je toen van het rijden op de Citadel?

"Nee, niet echt. Ik was daar toen niet mee bezig, maar ik blik toch nog steeds tevreden terug op die one-shot."

 

DMS: Hoe ben je dan in de Enduro beland?

"Voor het seizoen 2008 had ik een overeenkomst met de Nijvelse Kawasaki-dealer City2Roues. Ik zou voor hen BMB-crossen combineren met wedstrijden in de toenmalige VLB-amateurbond. Door het slechte voorjaar werden er enkele crossen afgelast en heb ik m'n kans gewaagd in de twee eerste ronden van het BK Enduro. Daar reed ik met een privé-KTM bij de Inters E3. In de twee eerste BK-ronden won ik telkens m'n klasse en stond ik dus aan de leiding in het BK. Daarop werd ik benaderd door Philippe Borguet, de coach van het Belgische ISDE-team (International Six Days Enduro). Hij wou me selecteren voor de Belgische ploeg om mee te gaan naar Griekenland waar dat jaar de ISDE plaats vond. Het was alsof ik het in Keulen hoorde donderen, wist ik veel wat de ISDE was. Maar goed, in september van dat jaar vertrok ik zonder enige buitenlandse enduro-ervaring naar Griekenland voor m'n eerste ISDE. De goede prestaties in het BK Enduro resulteerden in een contract met Husaberg Belgium, vanaf 2014 is dat dan Husqvarna Belgium geworden."

DMS: Je bent lang een vast lid van het Belgische ISDE-team geweest. Welke editie was de mooiste?

"Zonder twijfel de ISDE van 2010 in Mexico. Dat was veruit de mooiste en compleetste van alle 8 edities waaraan ik deelnam. In Mexico kwam er zowel Cross, als Trial en Supermoto bij kijken. Bovendien voerden de verbindingsritten tot zo'n 3.000 meter hoog in de bergen."

 

DMS: Je hebt ruime ervaring in zowel Motorcross als Enduro, vertel eens voor buitenstaanders wat de verschillen tussen deze twee motorsporttakken zijn?

"Voor de buitenstaander zijn het beide sporten die je met een off-roadmotor beoefend. Maar eigenlijk houdt de vergelijking daar wel wat op. Om te beginnen is de voorbereiding op een endurowedstrijd een stuk intensiever. Ter illustratie, voor de vorige proef van het BK in Rocroi verkende ik op vrijdagavond en zaterdag het parcours. In de Enduro doe je dat door alle klassementsproeven te voet af te stappen. In Rocroi was de belangrijkste special 7,5 km lang en die heb ik viermaal 'afgestapt'. Die tijd heb je nodig om je alle obstakels zoals stenen, kuilen, grachten, takken, enzoverder, in te prenten."

 

"Wat het rijden zelf betreft moet je toch iets innovatiever zijn in de Enduro dan in de Cross. Laat ik het zo stellen, je kan met een special in een maagdelijke wei op een helling meer kanten uit qua lijnen dan met een omgewoeld crossparcours. Anderzijds, verandert zo'n special ook ronde na ronde. In de Enduro moet je technisch en proper rijden. Je moet veel verder voor je uit kijken dan als crosser én vooral anticiperen op wat er zich aandient. Vlieg je er met de botte bijl in dan loopt het gegarandeerd verkeerd af. Niettemin denk ik toch dat crossers de ideale basis hebben om Enduro te rijden. Een ervaren crosser heeft een zeker basissnelheid. Eens je die snelheid hebt is het makkelijker om technischer te leren rijden. Piloten die uit de Trial komen, hebben misschien wel de techniek maar lang niet de basissnelheid en nét dat is moeilijker aan te kweken. Ook de beleving is een groot verschil. Als crosser train je op zondagochtend een 15 à 20 minuten en daarna wacht je vier uur voor je eerste manche en daarna nog eens vier uur voor je tweede manche. Een endurorijder trapt 's zondagsochtends z'n machine aan voor minimum 7 uur rijplezier. Tenminste, als alles goed gaat. Heb je wat pech onderweg dan kan het ook 9 uur duren, vooraleer je  alle proeven hebt afgewerkt."

DMS: Na een aantal jaren van stabiliteit lijkt de BMB dit jaar opnieuw problemen te hebben om de kalender van het BK Enduro rond te krijgen. Zie je het somber in voor de Enduro in België?

"Het wordt er in ieder geval niet makkelijker op. Het wordt steeds moeilijker om de specials aan mekaar te 'puzzelen' met interessante verbindingsritten. De toekomst ligt wellicht in de Enduro-Sprints waarbij de rijders, vooral dichtbij mekaar gesitueerde specials afwerken. Je ziet dat men ook in de EnduroGP's aan het evolueren is. Tijdens de openingsronde in Finland, verkende men vooraf niet. En in september vind de Britse EnduroGP volledig in en rond het bekende Motorcross-circuit van Hawkstone Park plaats. Daar zal men op zaterdag volgens het Enduro-Sprint-format rijden en voor zondag staat er een Endurance-wedstrijd gepland. We hebben sinds kort ook een Belgian Endurance Cross-kampioenschap (BEX), dus waarom zou zo'n ronde niet kunnen meetellen voor het BK? Ook de Antwerp Endurocross in Deurne telt mee voor het BK én die beslissing heeft in Waalse Enduro-kringen al veel stof doen opwaaien. De laatste weken bepaalt de wedstrijd aan de Bosuil dan ook de gesprekken tussen de enduro-liefhebbers."

 

DMS: Zondag sta je aan de start van de 4e Antwerp Endurocross. Kan je die discipline vergelijken met klassieke Enduro?

"Neen, absoluut niet. Endurocross is meer een spektakelsport. Maar de discipline heeft zichzelf in vrij korte tijd heel erg ontwikkeld. De wedstrijden voor het WK staan op een erg hoog niveau en dat maakt dat rijders zich moeten specialiseren in het overschrijden van de diverse obstakels zoals reuze-tractorbanden en rotstuinen. Vooral die rotstuinen zijn verraderlijke dingen, je kan ze langs de linkerkant aansnijden om uiteindelijk toch helemaal langs rechts te eindigen. Maar goed, in Deurne wordt het parcours wel iets minder zwaar uitgezet, zodat ook de recreanten van de vrijetijds-klasse er zich op kunnen uitleven."

DMS: Ok, Wim wij komen zondag zeker kijken. Bedankt én tot dan.

"Bedankt en tot in Deurne".

 

Volg Wims Enduro-seizoen op www.wimvdh.be

Foto's: www.wimvdh.be

Tekst: Bart Jacobs

 

Facebook comments