Reisreportage: Naar de Midlands per Triumph

Borelingen adopteren is doorgaans een erg nobel opzet, maar na een tijdje beginnen ze onvermijdelijk vragen te stellen. Wie heeft mij nu eigenlijk gemaakt?  En waar kom ik echt vandaan? Een behoorlijk gewichtig vraagstuk voor de voogd in kwestie, waar je twee richtingen mee uitkan: weerwerk bieden en het risico lopen op vervreemding, of zwichten en de zoektocht naar de roots mee inzetten. Wij lichtten die tweede optie en lieten ons door onze Tijger op sleeptouw nemen richting diens thuishaven. Hinckley, here we come!

 

Tekst en foto’s: Jelle Verstaen

Tik-rikketik-tik-tik-tik- rikketik. Wat een subtiele drumroffel had kunnen zijn van The Jon Spencer Blues Explosion, blijkt na een inspectie van mijn slaapkamerraam vooral een kwestie van ontelbare welgemikte regendruppels. Mijn wekker projecteert 4u30 op het plafond, normaal gezien het tijdstip waarop ik de kleffe ochtendsmaak even doorspoel met een slok water, de dons om mijn schouders krul, m’n muffe kop in het hoofdkussen ploeg en nog een uur of twee richting dromenland verkas. Maar vandaag is helaas één van die dagen waarop de wekker me uit mijn bed toetert – de ferry richting Engeland wacht namelijk op niemand, en al zeker niet op journalisten met een slecht gevoel voor timing. Dus overleef ik ternauwernood een hartaanval als mijn rechtervoet de ijskoude vloer raakt en strompel ik richting badkamer voor een verkwiekend stortbad. Had ik toen geweten welke douches me nog te wachten stonden, dan had ik mezelf de moeite bespaard, mezelf gewoon ingezeept en mijn motorpak aangetrokken.
Want als ik rond 5 uur mijn Tiger XRx Low in z’n één tik, trekt Hendrik Geeraert - u weet wel, de Nieuwpoortse sluiswachter die de Duitsers een creatieve halt toeriep tijdens WO I - de hemelsluizen nog eens vol open vanuit de eeuwige jachtvelden. Tedju! M’n achteropgesjorde tent is meteen doornat, de alu koffers op mijn Tiger beschermen de verse onderbroeken, laptop en camera gelukkig wel tegen de zondvloed. Enkele dagen voor de afreis werd mijn schakelpedaaltje nog hersteld en werden de na 15.000 kilometer opgereden Metzeler Tourances vervangen door een nagelnieuw setje Michelin Pilot Road 4. Een welgekomen update, waardoor ik warempel alsnog zin krijg om de regenachtige nacht in te rijden. En avant!

Al sijpelt die attitude even snel wel als de regen zich een weg naar binnen baant. Ik ben de autosnelweg nog niet opgedraaid wanneer ik het eerste straaltje wolkvocht via mijn nek richting bilnaad voel stromen. Op zo’n moment besef je: dit wordt een lange dag. Een blik op mijn TomTom Rider 450 bevestigt dat vermoeden. Als alles meezit, dan bol ik vandaag ongeveer 470 kilometer tot in Hinckley, te beginnen met anderhalf uur snelweg. Op dit ontieglijk vroege uur is sightseeing niet aan de orde, dus verkies ik cruisecontrol en zesde versnelling tot in het Franse Duinkerke. Op die manier kan ik me alvast concentreren op het wegwrijven van regendruppels en het onophoudelijk klieven van de macadamoceaan voor mijn wielen.

 

Droogföhnen

Uiteindelijk plens ik mooi op tijd – ruwweg 90 minuten voor vertrek – de ferryhaven van Duinkerke binnen. De eerste 140 regenkilometers zijn inmiddels afgetikt, waarna ik de nodige controles mag passeren en een aanschuifrij voor motoren toegewezen krijg – op dit uur ben ik logischerwijs de enige schlemiel die er z’n tweewieler parkeert. Gelukkig laten de aardige mensen van DFDS me niet te lang in de regen wachten en ben ik de eerste die mijn bolide aan boord mag parkeren. Hoog tijd voor een koffietje en een uitgebreid toiletbezoek. Niet dat ik zonodig moet, maar de handendrogers zijn een welgekomen hulp om mijn handschoenen en de kraag en manchetten van mijn Stadler-combi op een halfuurtje tijd droog te blazen. Mijn voeten hebben in dat opzicht meer geluk. Mijn TCX R-S2 Evo racelaarzen zijn dan wel mijn geprefereerde schoeisel bij eender welke motorrit omwille van hun fantastische protectie, maar zijn volledig geperforeerd en derhalve niet meteen geschikt voor regenrijden. Gelukkig had ik ’t lumineuze idee om de perforatiezones dicht te kleven met duct tape, waardoor mijn voeten poerdroog blijven tot ik de ferry op stap. Simpel, maar zo efficiënt als maar kan. Die ferry uit Duinkerke is overigens een koopje gebleken: als je op weinig drukke tijdstippen en dagen boekt, dan kan je voor 62 euro heen en weer naar de Britse Eilanden via Duinkerke en Dover: 32 euro heen, 30 euro terug. Vermoedelijk twee euro extra voor de liters regenwater die ik in mijn kledij van ’t Europese vasteland meesmokkel naar de UK. Oh well.

 

De volledige versie van deze reisreportage lees je in het novembernummer van Motoren & Toerisme. Nog geen abonnee? Dan kan je het novembernummer nabestellen via tijdschriftenwinkel.be

 

Facebook comments