Reistest: Suzuki V-Strom 1000

De V-Strom 1000 kennen we ondertussen al meer dan 15 jaar, dus het was een goede zaak dat Suzuki ‘m voor modeljaar 2017 nog eens van een verse lik verf en een paar welkome verbeteringen voorzag. De neus wijzigde lichtjes, het windscherm werd groter en het remarsenaal werd uitgebreid met een vijfassige Bosch meetunit die het zogenaamd bochten-ABS aanstuurt. Motorisch bleef de grote V-Strom quasi ongewijzigd, de gelauwerde V-twin is nog altijd goed voor 100 pk aan 8.000 toeren, maar belangrijker is dat hij zijn maximale koppel van 101 Nm al aan 4.000 toeren vrijgeeft. 

 

Om met de Soes door Frankrijk te trekken monteerden we een stel soft luggage zijtassen van Oxford, toevallig net zo knalgeel als ons testmodel. Die tassen kan je desgewenst met een rits nog lijviger maken dan ze al zijn maar dan gaat het hele zaakje wel vervaarlijk diep doorhangen. We beperkten dus onze stouwarbeid en hielde de garderobe sober maar efficiënt. Helemaal in de lijn van  het karakter van de V-Strom. 

 

Kan alles

De V-Strom 1000 wil al heel zijn carrière nadrukkelijk niet de grootste, de snelste of de meest blitze hoogpoter zijn. In ruil voor die bescheidenheid krijg je een pakket dat bijzonder homogeen aanvoelt en ook zo presteert. Geen verschillende mappings hier, gewoon één steengoede standaardmodus die je toelaat het gas helemaal open te draaien in zesde aan amper 2.300 toeren om dan in één forse ruk naar je topsnelheid te accelereren. Geen concurrent voor de pk-kanonnen in het gezelschap, maar de V-Strom nam bij hernemingen wel vlotjes de maat van de Africa Twin en de RT. Opvallend is ook dat hij dat in alle sereniteit doet: trillingen blijven netjes binnen de perken – behalve rond 5.000 toeren - en ook de uitlaatroffel is beschaafd, al komt er aan hoge toeren best wel een leuke sound uit de einddemper.

De zithouding is zoals je dat op zo ’n hoogpoter verwacht ontspannen rechtop, wel verdient het zadel een extra pluim wegens neutraal qua zit, net breed genoeg en makkelijk om bij het snediger bochtenwerk even te verzitten. Goed bekeken is ook het windscherm, dat kan je onder drie verschillende hoeken instellen waarbij een veer- en kliksysteem je toelaat om dat al rijdend met één hand te doen. Mits wat sleutelen kan je ook de hoogte nog aanpassen. Helemaal turbulentievrij kregen we het scherm niet afgesteld, maar we voelden niet de nood om er een extra flip-upje tegenaan te mikken. Langere snelwegritten zijn absoluut geen probleem gesteld dat je niet verslaafd bent aan het absolute cocoongevoel dat je bijvoorbeeld op de RT kunt ervaren. Wil je toch meer rust om je hoofd, dan kan je in de accessoirelijst kiezen voor een groter en nog uitgebreider regelbaar Vario touringscherm

 

Rijden maar

Het no-nonsense karakter van de V-Strom blijkt ook uit de knoppenwinkel. Rechts basic en vertrouwd, aan de linkerkant vind je een grote tuimelschakelaar waarmee je de boordcomputer (o.a. gemiddeld verbruik: 5,4 l./100 km) en de tractiecontrole  bedient. Eenvoudig en degelijk, al had de pikzwarte omgeving van het dashboard wel wat minder plastiekerig mogen ogen. Heel handig is wel de centraal geplaatste 12V-aansluiting, nooit meer batterijproblemen voor GPS of GSM. Als machine met milde allroad-ambities kan je de tractiecontrole ook uitschakelen, maar dat is enkel aan te bevelen als je puur onverhard gaat rijden. Wij kozen stand TC1 voor ritten op droog asfalt, bij regen is TC2 aangewezen, die grijpt wat sneller in. De radiale Tokico remklauwen vooraan presteren aanvaardbaar tot goed, al zal rijden met een duo ze wel flink op de proef stellen. Achteraan voelt de remkracht net iets te vaag aan om goed controleerbaar te zijn, het is altijd leuker als je zelf de slipgrens kunt bepalen in plaats van dat te moeten overlaten aan het ABS.

De vering is zodanig goed op haar taken toegesneden dat je er in eerste instantie helemaal geen aandacht aan besteedt. De voorvork reageert voortreffelijk op allerlei oneffenheden en duikt toch niet te ver door bij harde remacties. Erg goed. Ook achteraan is de basisafstelling geslaagd, wel gaven we de knop van de veervoorspanning een paar draaien extra om het gewicht van de soft luggage te compenseren. Qua stuurgemak moet de V-Strom van niemand lessen krijgen, al mist hij dat absolute speelse van de V-Strom 650. Aan hoog tempo stabieler en strakker dan de Honda, op gehavende wegen comfortabeler dan de KTM, de Suzuki weet ongeveer in alles een gulden middenweg te bewandelen.

 

Conclusie

Het enige aan de Suzuki V-Strom 1000 dat een beetje uit de band sprong was de kleurstelling, voor het overige is dit een motor die uitblinkt door zijn sobere, nuchtere aanpak. Dat is ook de reden waarom deze hoogpoter uit Hammamatsu van alle markten thuis is. Je zou ‘m de stempel ‘meid voor alle werk’ kunnen opdrukken, maar dat doet oneer aan het begrip ‘meid’ en aan de motor zelf. ‘De Versatiele’ is een veel betere koosnaam die helemaal de lading dekt. Voor net geen 13.000 euro (Nl.: € 13.699,-) haal je een motor in huis waarmee je zo goed als alles goed kunt doen, gesteld dat je een eerder asfaltgerichte rijder bent. Datzelfde kan je weliswaar zeggen van de Super Duke GT, maar die vergt wel een extra graai in de geldbuidel van bijna 5.000 euro. Wie dan toch liever stof wil happen kan kiezen voor de 500 euro duurdere XT-versie met gespaakte velgen, nog steeds 19 inch vooraan evenwel. Voor hetzelfde geld koop je ook de Africa Twin met een 21 inch voorband.

 

Piloot Christophe

 

 

+

Goed presterende motor

Goed zadel

Vertrouwenwekkend rijgedrag

Homogeen no-nonsense pakket 

 

-

Minder communicatieve remmen

Minder fraai dashboard

Facebook comments