Rij-indruk Kawasaki Vulcan S Café

Lees dit lijstje met diepe, brommende stem: De Indringer, De Rebel, De Schaduw, De Wilde Ster, De Stroper… Het zijn allemaal namen van dreigend cool kijkende en klinkende cruiser- en choppermodellen. Ook ‘De Vulkaan’ hoorde tot voor kort thuis in dat rijtje, maar met de komst van de Vulcan S in 2015 veranderden de aanblik en de uitlaatnoot naar veeleer uitnodigend, toegankelijk. Reden daarvoor: een pittige paralleltwin in plaats van een burrelende V-twin, een strak rijwielgedeelte in plaats van een sloppy dweilding, een ergonomisch geslaagde creatie in plaats van een rugbotjesbreker.

 

Tekst: Dirk Gossye

Foto’s: Target Press

 

Ik ga mijn testmotor – de nieuwe Vulcan S Café - afhalen in hartje Rotterdam, aan de voordeur van Republic Moto. Een hip(ster) bar-restaurant met bijhorende motorparafernalia zoals posters, motorbladen, trendy motorkledij en baard- en haarverzorgingsproducten. De leukste kroeg voor vanavond hebben we al gevonden, tijd om eerst een eindje door de stad te gaan flaneren!

Broem!

De Café-uitvoering van de Vulcan S wordt gekenmerkt door zijn wit-groene kleuren en een getint kopkuipje. Op mijn testmodel zit een speciaal voor de Vulcan S ontwikkelde Arrow uitlaat, pikzwart en met een mooi carbon afdekkapje. De klank die je eruit krijgt is voldoende donker om nog wat extra coolfactor aan het model toe te voegen zonder storend te zijn. Uiteraard hoort bij zo ’n cruisermodel een navenante zithouding, met armen en voeten ver voor je uit. Dat zorgt in nogal wat gevallen voor een niet zo geslaagde rijhouding, maar niet zo op deze Kawasaki. Bij de introductie van het model werd lang stilgestaan bij het zogenaamde Ergo-Fit systeem, een combinatie van regelmogelijkheden en andere zadels en sturen. Zowel rem- als koppelingshendel zijn vijfvoudig instelbaar en de voetsteunen kunnen vanuit de standaardpositie 25 mm meer naar voor of naar achter. Tel daarbij een Small-zadel dat een kleine rijder wat meer vooruit zet of een Large-zadel dat het omgekeerde doet met een grotere rijder, terwijl een optioneel stuur 36 mm dichter naar je toe kan gepositioneerd worden. Kawasaki maakt zich sterk dat op die manier rijders (M/V) tussen 1m55 en 1m95 – weliswaar mits wat bijbetalen - een goede houding zullen vinden op de Vulcan. In mijn geval (1m80) voldeed de standaard zithouding prima, al moet je wel wennen aan de voeten vooruit-positie.

Boemelen of knallen

Nieuw voor modeljaar 2017 is dat het dashboard ondertussen werd uitgerust met een versnellingsindicator, een goede zaak gelet op het doelpubliek. Zeker in de stad kan je daar je voordeel mee doen omdat je ook bij traag rijden geneigd bent om op te schakelen naar 3 of 4, waarna je bij het uitbollen naar een stoplicht toe soms niet meer weet of je nu twee of drie trapjes terug moet schakelen. De testmotor komt zo goed als recht uit de krat en dat laat zich vooral in de versnellingsbak voelen. Forward controls zorgen sowieso al voor een wat langere slag en minder direct aanvoelen van het schakelpedaal en zeker bij het traag rijdend terugschakelen moet ik geregeld een paar keer extra ontkoppelen om de tanden te herschikken. Wordt beter naarmate er meer kilometers op de teller staan, maar dat wat vage aanvoelen zal blijven. Na een paar ommetjes langs leuke fotolocaties neem ik er even een stuk Rotterdamse ring bij om de Vulcan iets harder de sporen te geven. Rustig boemelen lukt best aardig, maar het is pas als je de toerenteller een schop onder zijn kont geeft dat de 650 cc paralleltwin helemaal tot zijn recht komt. Voor flinkere hernemingen moet je eerst de kaap van 4.500 toeren ronden, vanaf dan geeft de Arrow een bijzonder lekkere dreun ten gehore die in hoger regionen overgaat in een typische Kawa-huil. Mag dat 899 euro extra kosten? Op een dergelijke machine eigenlijk wel, ja… Rond 4.000 toeren voel je in zadel en voetsteunen nogal wat hoogfrequente trillingen doorkomen, wetende dat je aan 5.000 toeren zo’n 105 km/u rijdt is dat echter gaan belemmering bij snelwegritten. Met een klein hartje – trajectcontroles alom - liet ik de Café even de vrije teugels en dat leerde me dat het windschermpje wel iets doet, maar hoger dan je borstbeen reikt de bescherming niet.

 

Kawasaki bewandelt met de Vulcan S Café een vergelijkbaar pad als met de W800 modellen: op basis van het standaardmodel worden met de regelmaat van een klok nieuwe variaties bedacht en uitgebracht, waarbij klank en kleur de belangrijkste rol spelen. Met die basis zit alles echt wel snor, dat weten we al sedert de presentatie van het eerste Vulcan S-model. De ruggengraat wordt nog steeds gevormd door de motor en het frame van de ER-6 en dat staat garant voor voldoende punch (61 pk) en een gezonde wegligging. Geen beenharde achterzijde of een te slappe voorkant, gewoon een goed op dagdagelijks gebruik toegesneden rijwielgedeelte.

Voor de prijs van 7.999 euro (9.399 euro in Nl.) krijg je een cool ogende middenklasse cafécruiser die duidelijk breder inzetbaar is dan de concurrentie. En dat je het zonder V-twin moet stellen zal je na een eerste ritje met bijhorend kroegbezoek echt wel worst wezen…

 

Facebook comments