Roadbook: West- en Frans-Vlaanderen

Grensganger

 

Als we er de nieuwsverslaggeving van de laatste jaren op naslaan, dan is het voornamelijk droefenis die de ‘Schreve’ – de West-Vlaamse benaming van de grensstreek met Frankrijk – typeert: vluchtelingen zoeken er onderdak nabij Teteghem, Grand-Synthe en Calais in de hoop ooit hun geluk te kunnen beproeven in Engeland, terwijl de grenzen zwaar bewaakt worden om terroristische onverlaten bij de lurven te vatten. Nochtans is de streek eigenlijk de ideale omgeving om ‘in de leuringe van den avond’* je helm om je hersenpan te snoeren, de motor in eerste te tikken en op kronkelende boerenbaantjes het hoofd eens goed leeg te blazen.

 

(* bij valavond, Frans-Vlaams)

 

 

Volgens de Dikke Van Dale is de ‘grensganger’ een persoon die in het ene land woont, werkt in een ander land, maar dagelijks – of minstens wekelijks – terugkeert naar zijn woonplaats. Wij wonen wel degelijk in België en gaan voor dit roadbook naar Noord-Frankrijk om er te werken, waarna we ’s avonds de motor opnieuw de sporen geven richting thuis – en dus eigenlijk grensganger-voor-één-dag zijn. Maar voor we ook maar met een reep rubber in de buurt van die scheilijn komen, krijgen we eerst een homp West-Vlaamse aarde voor de wielen gegooid. Beginnen doen we namelijk in Damme, een prachtige in kasseien geplaveide stad, die zijn ontstaan te danken heeft aan een stormvloed. Dat zit zo: in 1134 werd onze kust gegeseld door een zware storm, die zijn klauwen diep landinwaarts sloeg. De kreek die daardoor ontstond reikte tot in Brugge, waarna het stadsbestuur besliste om een dwarsdijk op te werpen tegen toekomstige stormvloeden. Aan die ‘dam’ ontstond al snel een vissersdorpje dat in 1180 stadsrechten toegekend krijgt: Damme. Al lijkt de benaming ‘stad’ tegenwoordig behoorlijk overdreven: hoewel de stadsmuren de tand des tijds niet doorstaan hebben, wonen er nog amper 700 inwoners tussen de denkbeeldige ommuringen. Met de vijf deelgemeenten samen komt de stad aan 11.000 inwoners, nog altijd maar twee derde van het inwonersaantal van een gemeente als pakweg Zulte. Al heeft dat ook zijn voordelen: het is er heerlijk rustig toeven tussen vaart en kinderkop, op voorwaarde dat de horden toeristen thuisblijven...

 

Je leest de volledige versie van dit reisverhaal in het augustusnummer van Motoren & Toerisme

Het roadbook van deze reis kan je hier downloaden.

 

Tekst: Jelle Verstaen

Foto’s: Benny Proot

Facebook comments