Roadbookrit: Antwerpen-Brussel

Met de Roadbook Rally willen we u in eerste instantie rijplezier brengen, maar de begrippen ‘rijplezier’ en ‘stadscentrum’ vallen voor motorrijders lastig te rijmen. Binnen het thema van de 2016 editie van de Roadbook Rally (De geschiedenis van de motor in België) kunnen we evenwel niet anders dan u van het centrum van Antwerpen naar het hart van Brussel loodsen. Dus zoek alvast een vrije weekenddag in uw agenda om maximaal van deze rit te profiteren.

 

Tekst: Bart De Schampheleire

Foto’s en route: Jochen Scheire

Sla het naslagwerk ‘A-Z der Belgische Motoren’ van het auteurskwintet Duchateau-Huylebroeck-Jonckheere-Lembrechts-Van Eycken open en je treft meer dan veertig motormerken aan die in Antwerpen of Brussel gevestigd waren. Alleen al daarom dus zijn we moreel verplicht om u een rit tussen deze twee steden voor te schotelen. Terwijl de meeste industriële organisaties momenteel op één of ander bedrijventerrein ver buiten de stedelijke centra gevestigd zijn waren industrie en stad een kleine eeuw geleden veel meer met mekaar verstrengeld. Veel woonkernen ontstonden in de onmiddellijke omgeving van nijverheid zodat de arbeiders zich gemakkelijk naar het werk konden begeven. Onze route start aan de Rodestraat in hartje Antwerpen. In de onmiddellijke nabijheid liggen genoeg tearooms om voor het vertrek al een koffietje te nuttigen, maar hou vandaag wat tijd over voor de grote finale en bedenk dat we voor deze keer 170 kilometer in de aanbieding hebben, iets meer dan gewoonlijk dus. Aan de Rodestraat vind je één van de weinige overblijvende restanten van wat ooit een groot Belgisch motor- en automerk was: Minerva. Sylvain de Jong, een technicus van Nederlandse origine, stichtte in 1897 Minerva. De merknaam die hij liet deponeren was die van de godin van de wijsheid, de ambachtslui en de industrie. Dat van die karakteristieke kop meteen ook een herkenbaar logo gemaakt kon worden was voor De Jong en co. mooi meegenomen. Vanaf 1900 bouwde Minerva motoren die het meteen goed deden in de export, in 1904 volgde met de Minervette de eerste Minerva auto. Tegen 1910 bouwde Minerva enkel nog auto’s, al waagde de fabrikant zich in 1953 nog aan een experiment op twee wielen door onder licentie van het Italiaanse MV een 150cc tweetakt scooter te bouwen. De zwanenzang was toen echter al ingezet en ook de productie van Land Rover jeeps onder licentie kon het tij niet meer keren. Van aan het gedenkteken voor de Minerva-werknemers die in de Eerste Wereldoorlog het leven lieten loopt de route langs de voormalige M&T-redactie aan de Oude Leeuwenrui richting Antwerpse haven. Iedere keer weer verbaas ik mij er over hoe snel je vanuit de Antwerpse binnenstad in de haven belandt, een compleet andere wereld. En telkens weer ben ik onder de indruk van de grootsheid en weidsheid van de haven. Voor wie er werkt is het ongetwijfeld een alledaagse omgeving, voor mensen die anders nooit in een havengebied komen blijft het echter een indrukwekkend toneel. De kaarsrechte wegen met verschillende rijstroken zijn aangelegd in functie van efficiënt transport en niet met het oog op van rijplezier, maar rondom jou valt er meer dan genoeg te zien. Tussen de gigantische brandstoftanks door –miljoenen liters benzine wachten hier geduldig tot ze in onze motoren belanden- gaat het richting Lillo waar de Witte Molen eenzaam tussen de reuzen van de industrie staat. Gebouwd in 1735 zag ‘de Eenhoorn’ (de andere naam van ‘De Witte Molen’) een pak legers passeren en de hele omgeving evolueren. Opmerkelijk is dat je tijdens de rit doorheen de haven ook dat gebied ziet evolueren. Aanvankelijk zijn het vooral de brandstoftanks die de omgeving bepalen waarna je geleidelijk aan in het containergedeelte van de haven terecht komt. We stoppen eventjes bij de Sebring Express, met een lengte van 180 meter niet eens bij de grootste schepen die in de Antwerpse haven aangemeerd liggen, maar desondanks best indrukwekkend als je er voor staat. Wie weet is het schip dat onder Panamese vlag vaart wel door Kawasaki gebouwd want die Japanners zijn niet alleen de bedenkers van de W800S waarmee ik op pad ben.

 

Puur natuur

Net zoals je vanuit het Antwerpse centrum pardoes in de haven belandt, zo rij je vlak onder de Belgische-Nederlandse grens even abrupt het havengebied uit en kom je in een bijzonder landelijke omgeving terecht. Kijk je enkel voor je, dan is er in het vlakke landschap geen enkele aanwijzing dat achter je rug één van de grootste havens van West-Europa ligt. In Zandvliet duiken we bij American Legend binnen, een opmerkelijke combinatie van een motormuseum met een motorwinkel en alles wat je tegen een custom motor kan schroeven. De 72-jarige Karl Verhaegen runt de zaak samen met zijn dochter. “Ik was altijd al op zoek naar oldtimers in Amerika om hier te verkopen en op aanraden van een paar vrienden stopte ik ginds ook twee Harleys in een zeecontainer. Ik was nog niet thuis of die twee motoren waren al verkocht, vandaar dat we een Harley-Davidson motorwinkel begonnen. Daarna verkocht ik ook Kawasaki’s, maar die moderne Japanse motoren vloekten met de klassieke Amerikaanse machines zodat die combinatie niet werkte”, vertelt Verhaegen die in zijn museum een 45-tal motoren en een handvol oude auto’s toont, al is de collectie veel ruimer. “Het pronkstuk van de verzameling is toch de NSU uit 1910, maar ook de Mustangs zijn in de Verenigde Staten veel geld waard terwijl er bij ons weinig mensen oog voor hebben. Het is ook moeilijk in te schatten welke motoren interessant gaan worden en welke niet. De Harley-Davidson CR 1000 uit 1977 is nieuw want in die periode kregen we die motor niet verkocht, niemand wou die machine. Nu is hij heel gegeerd en dus veel geld waard”, zegt Karl die bij elke motor wel een verhaal kan vertellen, ook bij de Harley die nog eigendom was van Bon Jovi. Jaarlijks krijgt het museum binnen American Legend een paar duizend bezoekers over de vloer, allemaal mensen die de oude motoren gratis mogen bewonderen. Met al te veel samen moet je het museum echter niet bezoeken want de motoren en auto’s staan nogal dicht op mekaar…

 

Haasje-over, niet haast je over

Het prachtige gebied net ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens wordt doorsneden door ontelbare betonbaantjes waarvan het merendeel echter met tractorsluizen wordt afgesloten. Via Huijbergen en Wildert gaat het in een boogje om de Kalmthoutse heide en vlak voor Brecht duiken we door een tunneltje onder de E19 Breda-Antwerpen door. Vlak voor Klein-Veerle hebben een aantal vissers een lijntje uitgegooid in het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten dat het kanaal Bocholt-Herentals in Dessel met het Albertkanaal in Schoten verbindt. De Trappisten van Westmalle hebben geen bezoekerscentrum in hun abdij, maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt door het Café Trappisten schuin tegenover de abdij. Op de zonnige zomerdag waarop we deze route inblikken zit de zaak vol dagjestoeristen, de fietsrekken staan overvol en de trappisten worden vlotjes opgediend. Hoe aanlokkelijk de drankenkaart ook oogt, alcohol en motorrijden zijn nog nooit een goede combinatie geweest, maar een abdijkaasje gaat er uiteraard altijd in. Een paar keer haasje-over met de Nete, langs de rand van Lier en zo via Koningshooikt verder naar Peulis en Rijmenam. In Steenokkerzeel krijg je van op een talud een prima uitzicht over de start- en landingsbanen van de luchthaven van Zaventem en om de minuut stijgt er wel een stalen vogel op of komt er een andere aangezeild. Dat net hier een gesloten opvangcentrum voor asielzoekers is gevestigd mag misschien wel handig zijn, tegelijk lijkt het mij een bijzonder sadistische locatie. Van uit het gesloten opvangcentrum hebben de asielzoekers ook zicht over de luchthaven en worden ze constant geconfronteerd met de vrijheid die zij moeten missen.

 

Jaguar op drie wielen

Van op de Leuvensesteenweg krijg je een schitterend uitzicht over Brussel en wie geen zin heeft in de epiloog richting Brussel-Centrum kan hier een einde aan zijn Roadbook Rally etappe breien en over de snelweg huiswaarts rijden. De locatie waar je de motor moet fotograferen om kans te maken op de maandprijs heb je voor Steenokkerzeel gegarandeerd al gehad, dus die TomTom Rider 400 word je zeker niet door de neus geboord.

Ondertussen zijn we vermoedelijk al aan de restanten van verschillende motorfabriekjes gepasseerd. Cyclon, Duval, Morisons, Royal Star, Scaldis en Gold Lion in Antwerpen, L’Avenir en L’Eclair in Lier en ook in Brussel stikte het vroeger van de ateliers en fabrieken waar op kleine of grotere schaal motoren en bromfietsen in mekaar werden geschroefd. Een motorroute langs al die locaties leiden is simpelweg onmogelijk omdat je dan verzeilt in een route met drieduizend waypoints die je door de arbeidersbuurten van weleer stuurt. Vandaar de keuze om het eindpunt van de route in het Autoworld museum aan het Jubelpark in hartje Brussel te leggen. Een indrukwekkend museum in een indrukwekkend gebouw op een indrukwekkende locatie die niet alleen op auto’s focust, maar ook een boeiende collectie motoren bevat. Verspreid tussen de auto’s tref je er machines van BSA, Gillet, FN en Minerva, tijdens de Paasvakantie van dit jaar focuste de tijdelijke tentoonstelling ‘Motor Legends’ op de tweewielers die ons zo na aan het hart liggen. In de tijdelijke tentoonstelling ‘Jaguar 80 Years’ die eind augustus afloopt treffen we vreemd genoeg ook een motorfiets aan, een Ariel VA 557 zijklepper uit 1933 met Jaguar zijspan. Ook als motorliefhebber kan je dus veel plezier beleven aan Autoworld en zijn die negen euro’s die je voor het toegangskaartje betaalde geen weggesmeten geld.

Als we na sluitingstijd Autoworld verlaten is de zon al aan zijn duik richting horizon begonnen. Veel werkmensen haasten zich huiswaarts terwijl de Brusselaars de parken en pleinen opzoeken om van de avond te genieten. Ik stuur de Kawasaki W800S de stad uit, blij dat we weer een leuke etappe van de Roadbook Rally ingeblikt hebben.

 

Je vindt de GPS-bestanden voor dit Roadbook in onze Roadbooksectie. 

 

Meer info:

www.americanlegend.be

www.autoworld.be

Facebook comments