Roadbookrit: van Gedinne naar Chimay

Deze week trekken we voor de Roadbookrit naar de Ardennen. Ooit op hoogzomerse dagen vergeven van de toeristen zodat je er als motorrijder nog maar weinig plezier kon gaan maken, maar sinds we met low cost luchtvaartmaatschappijen voor een appel en een ei naar een vakantiebestemming met ‘zongarantie’ vliegen liggen de Ardennen er leeg en verlaten bij. “Harde tijden, eenzaam lijden”, brulde Stijn Meuris van Noordkaap ooit. In het geval van de Ardennen wordt dat “Harde tijden, eenzaam rijden” en wordt motorrijden in de Ardennen ook op hoogzomerse dagen ineens weer leuk…

 

Tekst: Bart De Schampheleire

Foto’s en route: Jochen Scheire

Ik was de inleiding bijna geëindigd met ‘de ene zijn dood is de ander zijn brood’, al zou dat om verschillende redenen totaal ongepast geweest zijn, bedenk ik nu. In de eerste plaats omdat het voor de Walen die hun brood verdienen in de toeristische sector beslist geen prettige tijden zijn. En de tweede reden waarom die ‘de ene zijn dood is de ander zijn brood’ ongepast zou zijn is omdat de bezieler van de plaats waar deze etappe van de Roadbook Rally vertrekt, een paar weken voor we deze rit rijden is overleden. Het stratencircuit van Gedinne draagt immers de naam van Antoine Schmit, de man die er voor zorgde dat er in 1979 na een inactiviteit van 23 jaar opnieuw races zouden worden georganiseerd in Gedinne. Het was trouwens Antoine Schmit die –nadat de gemeentelijke overheid besliste dat races door het centrum van Gedinne echt niet meer konden- op zoek ging naar een alternatief traject en dat vond op de plek waar het circuit nu nog altijd ligt. Aan de Rue du Circuit liggen de start/aankomstlijn en de startvakken voor de motoren er wat vervaald bij. Ook de chicane is nog ‘under construction’ en het gras voor de kleine tribune op de hoek van de Rue du Circuit en de Rue de Dinant staat nog een meter hoog. Er zal nog werk zijn tegen dat op 21, 22 en 23 augustus de Belgian Classic Trophy in Gedinne zal plaatsvinden. Ongetwijfeld zal het evenement in het teken staan van Antoine Schmit die op maandag 1 juni 2015 op 84-jarige leeftijd overleed. Ik beperk me aan de starttribune die Schmits naam draagt tot de klassieke motorgroet, een opgeheven linker wijs- en middenvinger waarmee ik hem op mijn manier dank voor zijn bijdragen aan de Belgische motorsport.

Hotel te koop

De M&T lezers die de 2015 uitgave van de Roadbook Rally met bijzondere aandacht volgen omwille van het historische thema ‘de geschiedenis van de motor in België’ zal ik deze maand een beetje moeten ontgoochelen. Als het zomer is en de zon je knikker in vuur en vlam zet is er toch niks leukers dan een rondje gaan motorrijden in de koele bossen van de Ardennen? De komende 153 kilometer leggen we met deze etappe vooral de nadruk op rijplezier en start- en eindpunt zijn om die reden gekozen. Want vanaf het circuit van Gedinne en de Volkswagen garage met de wel heel toepasselijke naam ‘Garage du Circuit’ zitten we meteen in één van de mooiste streken van België. De N835 kronkelt eerst een eind door de bossen om dan compleet van gedacht te veranderen en een rechte streep richting Wellin te trekken. Zo ver rijden we evenwel niet, iets voorbij het Hotel des Ardennes zwenkt de route richting Daverdisse. Verschillende immokantoren hebben duidelijk al geprobeerd om voor het Hotel des Ardennes een nieuwe uitbater/eigenaar te vinden, zonder resultaat. Een pijnlijke illustratie voor de problemen waarmee het toerisme in de Ardennen kampt. Hoewel we de route op de eerste dag van de grote vakantie rijden en het kwik in de thermometer naar recordhoogtes klimt, is het overal bijzonder stil. Nergens komen we vast te zitten achter een Nederlandse caravan en op de campings die we later op de dag nog zullen voorbij rijden zijn er nog heel wat plekjes vrij. Jammer toch, dat we het soms met z’n allen zo ver van huis zoeken terwijl onze eigen achtertuin er nog altijd mag zijn…

 

Ruimte aan Redu

In het petieterige Daverdisse gaat de route een eerste flirt met de Lesse aan, al duurt het geflikflooi niet echt lang. Nadat de Honda CB 1100 me het dal van de Lesse heeft uit gesleurd duikt op het plateau het grondstation van het Europees ruimtevaartagentschap ESA op. Al in 1968 werd met Europees geld in Redu een relaisstation opgericht om signalen op te vangen van Europese wetenschappelijke satellieten. In het controlecentrum houden wetenschappers de banen van kunstmanen bij en houden ze satellieten op koers. Omdat het in de ruimte steeds drukker wordt en omdat de site van Remu ideaal gelegen is (op een plateau zonder bossen of bebouwing zodat niks de goede werking van de schotelantennes kan storen) bleef het grondstation groeien en uitbreiden. En hoewel Redu niet meteen een metropool is, zullen naast de liefhebbers van wetenschap ook de amateurs van literatuur hier hun hartje ophalen. Redu staat immers ook bekend als ‘het boekendorp’ met een bovengemiddelde aanwezigheid van boekenhandels en antiquariaten in het straatbeeld. Om er een getal op te plakken, volgens de website ‘Redu, het boekendorp’ zijn er in het dorpje dertig handelszaken waarvan … zeventien boekenwinkels. Alles begon in 1984 toen het idee werd opgevat om met Pasen een boekenmarkt te organiseren. De eerste boekenmarkt van de Ardennen werd een schot in de roos en een pak locals besliste om er mee verder te gaan. Redu is dan ook ideaal om even de beentjes te strekken, tussen de oude boeken te gaan snuisteren of een kop koffie weg te slurpen.

 

Lomme aan de Lesse

Op 22 en 23 augustus 1914 ging het er in Redu en omgeving beslist niet rustig aan toe want de Fransen en Duitsers vochten hier toen een verbeten strijd uit. Op het ‘Cimetiére Pierre Massé’ liggen 4.782 gesneuvelden waarvan bijna vierduizend in massagraven. Opmerkelijk is dat de Franse gesneuvelden er naast de Duitse soldaten liggen, achteraan de piekfijn onderhouden begraafplaats staat een rond herdenkingsgebouwtje. Op het graf van Jean-Marie Richard liggen plastic bloemen, het zijn de enige op het hele kerkhof. Vanaf Redu gaat het naar Lesse. Niet de rivier, maar het dorpje Lesse dat –raar, maar waar- niet aan de Lesse ligt want door Lesse stroomt de Lomme. Volgt u nog? Volgens mij kan het niet anders dan een flauwe grap zijn van de Livingston-van-de-Ardennen of wie de ontdekker in kwestie ook mag geweest zijn. De route is een opeenvolging van diepe dalen en hoogvlaktes, het is dan ook constant klimmen en dalen afgewisseld met vergezichten over beboste heuvelruggen. Vlak voor het binnenrijden van Oûr heeft een bouwonderneming dermate grote proporties aangenomen dat je van een klein dorp op zich mag spreken en uit het aantal auto’s van het personeel kan je afleiden dat de SA Thomas & Piron ongetwijfeld één van de belangrijkste werkgevers uit de regio is. We steken nog een keer de Lesse over –ik ben ondertussen de tel al kwijt en verwacht dat u het ook niet zult bijhouden- en aan de einder duikt het windmolenpark van Bièvre op. Twee stoere boerenknollen trekken een huifkar door het landschap, in de huifkar viert een familie de eerste vakantiedag met een copieuze maaltijd. Verschillende vlakke velden zijn al ingepalmd door jeugdbewegingen allerhande die met veel zin voor creativiteit grote constructies in mekaar hebben gesjord en ook de groene tenten zijn omnipresent. Op een paar honderd meter passeren we verschillende kampen van chirogroepen en scouts voor jongens én meisjes, dat zou hier de komende dagen en weken nog plezant kunnen worden. U weet wel, ‘Als het gras twee kontjes hoog is’…

 

Hobbelen en bobbelen

In Bièvre dwarst de route de N95 die van Bouillon naar Beauraing loopt en ligt startpunt Gedinne weer heel dichtbij. Wie rond deze tijd aan de lunch toe is kan terug naar Gedinne rijden, ze hebben daar in het lokale hotel/restaurant/café een heel originele kaart. ‘Boulette met Orval saus’ is op zich niks bijzonders, maar dat wordt het wel als je het gerecht op de kaart met kindergerechten aantreft. Rij je het ommetje naar Gedinne, dan kan je daarna over de N935 naar Houdremont rijden en daar de route weer oppikken. En gelooft u ons maar op ons communiezieltje: knip je het stukje ‘Bièvre-Houdremont’ uit de route om in Gedinne te gaan eten, dan zal je de plaats waar je je motor langs de route moet fotograferen gegarandeerd niet missen. In de afdaling naar Vresse-sur-Semois liggen enkele leuke haarspeldbochten, al geef je maar beter niet toe aan je enthousiasme want dichter bij Vresse daalt de kwaliteit van het asfalt snel. Vresse-sur-Semois is een klassieker onder motorrijders en dat is logisch, de N935 slingert zich uit het dal en biedt een prachtig uitzichtpunt over de vallei. Over de N973 duikt de route terug naar het dal om in Bohan opnieuw langs de Semois uit te komen. Tijd voor wat kilometers op Franse grond en tussen Bohan en Les Hautes Rivières dwarsen we de grens. De weg door het natuurpark heet ‘La Route des Hautes Buttes’ en ik veronderstel dat de ‘buttes’ in kwestie alle oneffenheden in het wegdek zijn. Aan zestig kilometer per uur kan de vering van de Honda het met de beste wil van de wereld niet meer bolwerken en rest me niks anders dan recht op de motor te gaan staan. Is eigenlijk ook niet zo erg, op die manier kan ik mijn achterwerk wat rust geven en tegelijk wat meer rijwind vangen in de hoop dat ik wat afkoel. Want ondertussen flirt het kwik met de dertig graden en begint het Franse asfalt stilaan te smelten. In de bochtige afdaling naar Revin schuift de motor alle kanten op, temeer omdat in het weke asfalt er steentjes liggen die op geen enkele manier te kennen geven of ze gaan blijven liggen dan wel gaan beginnen schuiven als je er overheen rijdt. De afdaling van het Maasdal waarin Revin ligt is trouwens om duimen en vingers bij af te likken, in één van de haarspeldbochten eert een indrukwekkend monument de Franse soldaten die hier tijdens de tweede wereldoorlog het leven lieten. Zie het je helemaal niet meer zitten, dan kan je tussen Revin en Rocroi de afslag naar ‘La vallée de misère’ nemen. Geen ‘dal van miserie’, maar een typisch smal dal voor de Franse Ardennen. De route zelf snijdt dit dal niet aan, maar stoomt door naar Rocroi om opnieuw de Frans-Belgische grens in het vizier te nemen. Frankrijk zit hier immers een eindje in de oksel van België en het is net dat stukje dat we met de route afgesneden hebben. Hoewel Chimay ondertussen dichtbij komt, nemen we in Cul-des-Sarts toch nog even pauze. De warmte en het aantal kilometers (150 kilometer Roadbook Rally + 250 kilometer aanrijroute) beginnen hun tol te eisen en aangezien we vanavond toch in Chimay onder zeil gaan hebben we tijd om het wat rustiger aan te doen.

 

Pater Marketing

Ons bedje voor vanavond staat in de Auberge du Poteaupré, beter bekend als het bezoekerscentrum van de Onze-Lieve-Vrouw van Scourmont abdij. En die staat dan weer beter bekend als de abdij van Chimay. De lokale Pater Nolmans (om deze inside joke te begrijpen moet u er maar eens het colofon van Motoren & Toerisme bij pakken en kijken wie voor de marketing van ons blad verantwoordelijk is) heeft hier duidelijk overuren gedraaid want het centrum dompelt je onder in het Chimay-bier en overlaadt de bezoeker met Chimay-kaas. De menukaart is uitgebreid, net als het aanbod in de winkel en je kan er overnachten. Het allerlaatste stukje van deze route houden we voor morgen. “Vandaag gaf zon, morgen meer van dat”, dichtte een ex-M&T hoofdredacteur in het recente verleden. Benieuwd of het morgen weer puffen en zweten wordt…

Wallonië. Omringt je met warmte” bloklettert de toeristische folder van ‘Le Pays de Chimay’ die ik mee gris van de balie van L’Auberge de Poteaupré waar we gisteravond heerlijk in de zomerzon getafeld hebben en vannacht als roosjes hebben geslapen. Als we om 7.30 uur aanschuiven voor het ontbijt (nu ja, aanschuiven, we blijken de enige twee gasten te zijn) is de zon al druk in de weer. Met een volle maag en een tophumeur werken we de laatste tien glooiende kilometers naar het circuit van Chimay af waar in het voorbije weekend een internationaal treffen voor Volkswagen Kevers heeft plaatsgevonden. Een handvol vrijwilligers is nog bezig met de opkuis van dat evenement, al hoeven ze de dranghekken niet te ver weg te zetten want over een paar weken worden de Classic Bike Races georganiseerd. Maar terwijl ik voor de Roadbook Rally 5 van helm en jas verwissel bedenk ik dat het misschien wel leuk is om die volgende rit te beginnen met een woordje uitleg over het circuit van Chimay.

 

De GPS-bestanden voor deze Roadbookrit vind je in de Roadbook-sectie van De Motorsite

Facebook comments