Roadbookrit: Wild in de Ardennen

Jawel, de dagen worden alweer een flink stuk korter en traditiegetrouw zetten we in de herfst een punt achter de Roadbook Rally. Om in schoonheid te eindigen zoeken we deze maand de mooiste Ardennenwegen op, al moet je daar in de herfst ook wel een beetje opletten want in die periode trekken de jagers massaal de bossen in. Met het geweer geschouderd gaan de jagers op zoek naar wild, net zoals de enthousiaste motor de bochtige wegen in de Ardennen wil aanvallen. Allez hup, op jacht!

 

Tekst: Christophe Jardon / BDS

Foto’s: Imagellan – Philippe Buissin

Dierenfoto’s: Roger Herman

Route: Wim Depraetere

De start van onze laatste fijnproeversrit van dit jaar ligt in Luik en de aankomst 170 kilometer verder in Saint-Hubert. In tegenstelling tot Saint-Hubert is Luik een stad die je niet meteen aan de jacht of aan wild linkt. Als hier al gejaagd wordt, dan is het meestal op een ander soort prooi, als u begrijpt wat we bedoelen. En op de zonnige maandag in september wordt er ’s ochtends al duchtig gejaagd. Goed gekleed, subtiel geparfumeerd, dansend met het daglicht, elegant en sexy zonder al te uitdagend te zijn: de Luikse dames behoren zonder twijfel tot de mooiste van ons koninkrijk. Nogal logisch dus dat we op het terras aan de Saint-Paul kathedraal ruimschoots de tijd nemen om van onze koffie te genieten. Opmerkelijk in het bouwwerk zijn de pas ingehuldigde glasramen in hedendaagse stijl, in het interieur gaat een veertiende-eeuws standbeeld van Sint-Hubertus met de meeste aandacht lopen. Jawel, dezelfde heilige als die in de basiliek van het kleine Ardennenstadje dat onze bestemming van vandaag is, Saint-Hubert. Was die Hubertus dan een jager misschien? Volgens de legende was Hubertus zodanig bezeten van de jacht dat hij er zijn plichten als Christen door vergat. Tot hij tijdens de klopjacht op een uitzonderlijk hert (een wit hert met tussen de takken van het gewei een oplichtend kruis, jawel) door God zelve uitgenodigd werd tot een gesprek waarin Hij Die Hierboven Zit Hubertus aanraadde om tot inkeer te komen. Hubert overleed in 727 in Tervuren, maar werd in Luik begraven. Een eeuw later werden zijn stoffelijke resten dan overgebracht naar het kleine Ardennenstadje waaraan hij zijn naam zou geven. Nog eens een eeuw of twaalf later geven wij onze paarden de sporen voor een vergelijkbare reis, dit keer tussen Luik en Saint-Hubert.

 

Een zaak van water

 

Om de Vurige Stede te verlaten rijden we eerst een poosje langs de Maas, waarna we een flirt aangaan met de Outhe om daarna de Vesder tussen Chaudfontaine en Pepinster het hof te maken. Met steeds minder verkeer, almaar meer bochten en fraaiere landschappen. En zo kom je al na een paar tientallen kilometers tot het besef dat deze rit er eentje wordt om niet snel te vergeten. Met de septemberzon die zich van haar beste kant laat zien warmen asfalt en rubber snel op, maar ook onder de motorpakken loopt de temperatuur op. En dan is Chaudfontaine een ideale plek om een verfrissende pauze in te lassen. We volgen het voorbeeld van de lokale bevolking en laven ons aan de ‘Belles Fontaines’, hoewel verschillende bordjes aangeven dat we dat beter niet zouden doen. “De gemeente Chaudfontaine verzoekt u om het water van de Belles Fontaines niet te drinken. Dit water is niet thermaal en wordt aan geen enkele controle onderworpen.” Boodschap begrepen, alhoewel. Aan de boorden van de Vesder proberen vissers op een andere te genieten van de rijkdommen van Moeder Natuur. “Bijten ze?”, vragen we enthousiast waarop we een collectief en uiterst lauw “Niet echt” terug krijgen. Tja, ieder zijn hobby…

 

Industriële nostalgie

De vallei van de Vesder slingert ons terug naar een tijd –jammer genoeg een lang vervlogen tijd- waarin de lokale industrie floreerde. In Nessonvaux vallen we ten prooi aan nostalgische gevoelens als we de oude Imperia fabrieken ontdekken. In zijn topjaren besloeg de bedrijfsoppervlakte van deze automobielfabriek zomaar eventjes 28.500 vierkante meter waarvan ruim 7.000 vierkante meter overdekt. Imperia bestond van 1907 tot 1958 en op een bepaald moment werden er onder de merknaam Adler ook motoren gebouwd. Het gebouw is momenteel verlaten, maar verdient erkenning en klassering als één van de meest opmerkelijke bouwwerken uit de Belgische industriële geschiedenis. Het gebouw is vooral bekend omwille van de bijna één kilometer lange testpiste voor auto’s die voor een stuk op het dak van de fabriek werd aangelegd. Van de testbaan is niet veel meer bewaard gebleven, de merknaam Imperia werd wel nieuw leven in geblazen door het bedrijf Green Propulsion dat momenteel een ‘nieuwe’ Imperia GT met hybride motor ontwikkelt.  Het nieuwe Imperial is trouwens nog steeds een Waalse aangelegenheid, dit keer moet je het merk in Sart-Tilman in de buurt van Luik gaan zoeken.

Geniet Luik faam voor zijn industrieel erfgoed op vlak van auto- en motorbouw, dan is de regio van Verviers een voormalig wereldcentrum van de wolnijverheid. Als in Pepinster het roadbook de Vesder verlaat om de loop van de Hoëgne te volgen passeren we aan de restanten van ‘La textile de Pepinster’, de laatste weeffabriek die een vijftiental jaar geleden de deuren sloot.

 

Beetje frisser

Tussen Pepinster en Theux kan de motorrijder zich al uitleven in een aantal mooie bochten, al moet het mooiste van de rit eigenlijk nog komen. Als de route het echte platteland van de Ardennen in duikt gaat het spektakelgehalte van de rit met een ruk de hoogte in. Gehuchtjes zoals Sassor en charmante dorpjes als Theux en Jalhay passeren de revue vooraleer je het plateau van de Hoge Venen op stuurt en de thermometer er steevast een paar graden van af knijpt. Van schoolreizen herinnert u zich vermoedelijk nog Baraque Michel, Mont Rigi en Signal de Botrange. Dat laatste ligt niet op de route, maar op een paar honderd meter er vandaan. Om de schoonheid van deze omgeving helemaal te laten doordringen is het noodzakelijk om de motor op de middenbok te tillen en de motorlaarzen voor een paar stevige stapschoenen in te wisselen. Een fikse wandeling op de befaamde knuppelpaden is de enige juiste manier om dit natuurgebied te ontdekken. En ook al hebben we nog slechts honderd kilometer te rijden tot Saint-Hubert, toch zit zo’n wandeling er niet in…

 

Iedereen jager!

 

Tussen Eupen, de Baraque Michel en Jalhay ligt een gebied van zesduizend hectare dat vroeger het koninklijk jachtdomein vormde. Van 21 september tot 31 december wordt hier op groot wil gejaagd. Wij blij dat we op het moment dat we deze etappe rijden nog niet het risico lopen om met een achterwerk vol hagel het jachtgebied te verlaten, voor een aanrijding met een dier moeten we dan weer wel opletten. “Als in het jachtseizoen een automobilist of motorrijder een dier aanrijdt, dan is de weggebruiker verantwoordelijk als er een verkeersbord staat dat wijst op de mogelijke oversteek van wild”, verduidelijkt Roger Herman die in het Hertogenwald verantwoordelijk is voor de opvolging van de hertenpopulatie. “Na de aanrijding mag de weggebruiker als vorm van compensatie voor de geleden schade –je auto kan serieus toegetakeld zijn nadat je een ree of ander groot stuk wild hebt geraakt – het dier meenemen. Net alsof hij het als jager neergeschoten heeft.”

Dat is niet noodzakelijk een cadeau want na de aanrijding komt er nog wel wat administratie om de hoek kijken. “Je moet het ongeval melden bij de politie of bij de boswachters waarop die er kunnen op toezien dat het dier reglementair geslacht wordt om daarna te worden opgegeten”, voegt Roger er aan toe. Hij weet dat de dieren in de bronsttijd gevaarlijker kunnen zijn voor wie op twee of vier wielen over een bosweg rijdt want de herten en co. kunnen dan zonder enige aanwijsbare reden plots de weg oversteken. Het is dan ook beter om het jagen aan de echte jagers over te laten en als motorrijder in de bossen de wegbermen in de gaten te houden, kwestie van een schichtig overstekend dier nog snel te kunnen ontwijken.

 

Regels en regeltjes

Het is bijna vanzelfsprekend dat de jagers tijdens het jachtseizoen vooral het groot wild in het vizier nemen: herten, reebokken en hinden.   Het everzwijn is een uitzondering op de jachtvoorschriften want op die grondwroeter mag het hele jaar door gejaagd worden. Klein wild zoals konijnen en hazen en wild dat op het water leeft (eenden, …) vallen nog onder een andere regeling waarvan we u de details besparen. De jacht is immers een bezigheid die aan strikte regels gebonden is. Je hebt een jachtvergunning nodig, moet de regels precies opvolgen en de opbrengst van de jacht via de juiste kanalen laten verwerken. Enerzijds om stroperij te voorkomen, anderzijds om de voedselveiligheid te garanderen. “In het voormalig koninklijk jachtdomein garandeert de jachtmethode een vlees van uitzonderlijke kwaliteit. In tegenstelling tot sommige gemeentelijke jachtevenementen of jachten op privé-domein waarbij het wild met honden wordt opgejaagd, gebruikt men in het koninklijk jachtdomein schuilplaatsen voor de jagers. De jagers verschansen zich in uitkijktorens om van daar uit het wild te observeren en neer te schieten. Die werkwijze heeft meerdere voordelen: er worden minder dieren verwond (bij een goed schot overlijdt het dier doorgaans ter plekke), de jager kan precies bepalen op welk dier hij schiet en welke dieren hij ongemoeid laat en door de ogenblikkelijke dood van het dier is het vlees van een betere kwaliteit. Bij een klopjacht wordt het wild door de honden opgejaagd waarna het wild helemaal buiten adem en stijf van de schrik wordt neergeschoten. En dat smaak je in het vlees. Het vlees van de dieren die hier geschoten worden is dan ook een stuk malser”, meldt Roger Herman. Ongetwijfeld hebben de deelnemers aan klopjachten hier een compleet andere mening over en minstens even zeker speelt traditie hierin een grote rol.

 

Snoepreisje naar Malmedy

Van al dat babbelen over sappig wild krijgt een mens honger, maar hoe graag we ook een wildschotel achter de kiezen willen duwen, overal stoten we op een njet. “Kom over een maandje eens terug”, krijgen we in de restaurants en gespecialiseerde slagerijen te horen. Als alternatief scoren we een lekkere pizza (uiteraard op hout gebakken) in het centrum van Malmedy dat we bereiken na een reeks bochten en haarspelden die zo van een Alpencol lijken geplukt.

Vooraleer het tweede deel van de rit aan te vatten voelen we ons moreel verplicht om bij een lokale bakker/patissier naar binnen te lopen voor een portie ‘baisers de Malmedy’. Twee meringuekoekjes met daartussen een laagje crème: dat zijn de ‘baisers de Malmedy’ die internationaal … gesmaakt worden. Meteen na het middagmaal een halve zak van die zoetigheid naar binnen kappen is evenwel geen goed idee want met nog flink wat draaiende en kerende motorkilometers in Duitstalig België voor de boeg wil je na de lunch niet volgevreten indommelen op de motor.

 

Elitetroepen

De kleine KTM Duke 690 is een genot om te besturen op de wegen die spelen met het reliëf en de kronkels van verschillende riviertjes zoals de Amblève die we tot Pont volgen. In Vielsalm waren lange tijd een ander soort jagers gekazerneerd, met name de zogeheten ‘Ardense Jagers’. Een monument brengt aan deze militairen hulde. Momenteel is er nog slechts één bataljon Ardense Jagers dat in Marche-en-Famenne gekazerneerd is. Het zijn geen jagers die op herten of everzwijnen mikken, maar soldaten die aanvankelijk de Ardennen moesten verdedigen tegen vijandige aanvallen. Ondertussen evolueerden de Ardense Jagers tot de elite van het Belgische leger en nemen ze geregeld deel aan vredesoperaties van de Navo en de Uno.

 

Voor iedereen een bos

De rest van de route laat zich vlotter rijden, met een verbinding in rechte lijn van Vielsalm naar La Barrière de Champlon, een kruispunt van wegen dat genoemd werd naar het feit dat hier ooit een douanepost (een slagboom of ‘barrière’) was. Trouwens, dat ‘in rechte lijn’ moet je met een korrel zout en lekker warm gereden banden nemen want de verbindinsweg wordt opgeleukt door een resem bochten. In La Roche en Ardenne liggen de terrasjes er in de schaduw van de ruïnes van het middeleeuws kasteel wel heel erg uitnodigend bij, al kunnen we aan de lokroep weerstaan en kiezen we er voor om meteen naar eindplaats Saint-Hubert door te stomen.

Na la Barrière de Champlon gaat het roadbook weer voor de kleine kronkelweggetjes richting Nassogne, met perfect asfalt dat het humeur deugd doet. Voor wie zou vergeten zijn dat we hier middenin een gigantische jachtgebied zitten fungeren de talloze jagersuitkijkposten in het bos van Grune als kattenbelletjes. Om de tweehonderd meter passeer je aan de linker of rechter kant van de weg wel zo’n uitkijkpost, allemaal een ietsje kleiner dan de uitkijkposten in de Hoge Venen. Zonder enig voorteken knikt de route ineens naar links om nog dieper in het woud door te dringen. De weg blijft berijdbaar, al zullen eigenaars van trailmotoren zich hier meer op hun gemak voelen dan bestuurders van racebananen. De KTM Duke vindt het in ieder geval best. Aan het einde van de weg stoot je op een slagboom en infoborden verzoeken je vriendelijk om na je doortocht de slagboom opnieuw te sluiten. Je zou bijna denken dat je ergens hoog in de Alpen zit.

 

Saint-Hubert ligt nog slechts een steenworp van ons verwijderd, een charmant stadje in het midden van een gigantisch woud. Niet te verwonderen dat de jacht hier als een halve religie wordt beschouwd. Gelukkig zijn de jagers niet de enigen die van deze schitterende omgeving mogen genieten, ook wandelaars en mountainbikers profiteren gulzig van de rust en de sportieve uitdagingen die hier voor het rapen liggen. Motorrijders zijn eveneens meer dan welkom, maakt niet uit of ze wegbanden dan wel noppenrubbers om de velgen hebben liggen. Saint-Hubert is bekend voor zijn endurowedstrijden en in juli 2015 wordt hier een manche van het wereldkampioenschap enduro georganiseerd door een groepje gepassioneerden. In het wereldje worden ze met ‘de everzwijnen van Saint-Hubert’ aangesproken hoewel hun officiële naam MP41 is. Met die afkorting refereren ze naar Michael Paquay, één van de beste Belgische motorracers ooit die in mei 1998 verongelukte op het circuit van Monza. Michael Paquay was afkomstig van Saint-Hubert…

 

Dit artikel verscheen voor het eerst in Motoren & Toerisme 10-2014.

De routebestanden voor deze Roadbookrit kan je downloaden in de Roadbooksectie van de site.

Facebook comments