Scootertest: Yamaha TMAX

Net zoals je op een zonnig terrasje automatisch naar een Spa vraagt om je allergrootste dorst te lessen, is de kans groot dat je voor je eerste maxiscooter naar een Yamaha TMAX informeert. Misschien qua beeldspraak niet de meest voor de hand liggende vergelijking, maar net zoals bovengenoemd drankje is de typebenaming TMAX haast synoniem geworden voor een hoogkwalitatieve motorscooter, de referentie bij uitstek binnen zijn segment – antonomasie, zoals dat in mooi Nederlands heet. 

 
Tekst: Jelle Verstaen
Foto's: Joost De Bock
 

Die scepter zwaait de TMAX eigenlijk al sinds zijn lancering in 2001, waarna de royale roede doorheen de zes generaties werd doorgegeven aan de volgende TMAX in de rij. Ook in 2017 zal het een straffe kerel zijn die de TMAX naar de kroon steekt, want naast een hertekend design pronkt de nieuwe versie vanaf 2017 namelijk ook met tractiecontrole, sleutelloze bediening, ride-by-wire en gaat hij voor een gewichtsverlies van maar liefst 10 kilogram. Voor ’t eerst beslaat de modellencatalogus ook drie pagina’s: er is een ‘gewone’ TMAX, maar het zou ons niet verwonderen als de meeste verkoopscijfers gerealiseerd worden door de sportievere SX of de luxueuze DX. Wij krijgen voor deze test de sleutels voor die laatste toegestopt en daar zijn we niet meteen rouwig om.

 

De meest exclusieve van de TMAX’en oogt namelijk echt retestrak in z’n nieuwe jas: van de ledverlichting over de heerlijke matblauwe laklaag, de aluminium accenten tot de kwaliteit van het in lederreliëf geperste plastic aan boord – je waant je meteen de koning te rijk. Akkoord, in tijden waarin dashboard en TFT nagenoeg synoniem van elkaar zijn, is het ietwat vreemd om op een segmenttopper nog een grotendeels analoge klokkenwinkel aan te treffen. Maar eenmaal je ziet hoe strak die in z’n vel steekt én je in een oogopslag alle info verschaft die je nodig hebt, ebben die twijfels even snel weg als ze gekomen zijn. Wat mij betreft is dit het mooiste en meest overzichtelijke dashboard van de vijf testmachines. De strakke lijnen, behoorlijk agressief turende dubbele koplampen en omhoog priemende uitlaatdemper zorgen zelfs op de DX voor een sportieve noot, terwijl een portie comfort aan boord hebt waar de gemiddelde personenwagen een stevige punt kan aan zuigen: D-Mode (lees: twee rijmodi), zadel- en handvatverwarming, een elektronisch stuur- en middenstandaardslot die door een druk op de knop geactiveerd worden, verlichting in de grote opbergruimte onder het zadel (wij kregen er een integraalhelm en een kleine rugzak in opgeborgen), cruise control, een traploos elektronisch verstelbaar windscherm en als kers op de taart: de My TMAX Connect App, een veredeld op gps gebaseerd, antidiefstalsysteem.

 

Met je voeten op de diagonaal oplopende treeplanken voel je meteen het vrij stevige zadel onder de bips. Een blik op de odometer vertelt ons dat onze TMAX 4.500 kilometer heeft gebold, maar ’t zadel voelt nog steeds behoorlijk hard aan. En vrij breed, wat ervoor zorgt dat ik als 173 centimeter grote/kleine (schrappen wat niet past) motorrijder bij elke halte steevast enkel met de tippen van beide voeten op de grond steun. Ook de ergonomische driehoek is voor mij net dat tikkeltje te ruim bemeten, waardoor ik het stuur steevast met gestrekte armen vast heb en mijn onderrug na enkele honderden kilometers wel ’t beste gehad heeft. Dat heeft overigens niks te maken met de windbescherming, want ’t elektrisch verstelbare windscherm zet me met het grootste gemak volledig uit de wind. Aan het eind van die gestrekte ledematen kunnen we zien dat bediening aan de rechterhand uitblinkt in zijn sierlijke eenvoud, terwijl het linkermanet wel de stuurknuppel van een gevechtshelikopter lijkt, met niet minder dan 10 knoppen en een parkeerrem. De bediening ervan verloopt na enkele minuten volledig intuïtief, maar ’t is wel even schrikken.

Als we de bediening eenmaal onder de knie hebben, kunnen we aardig aan het gassen, waarbij de 530 cc grote paralleltwin ons aangenaam verrast. Met 46 pk en 53 Nm aan boord is het geen racemonster, en toch laten we letterlijk elke motor achter ons als we aan de verkeerslichten even de Johnny in ons bovenhalen en vol op het gas gaan. Bij een vergelijkende acceleratietest moet de Yam nipt de duimen leggen voor de Kymco en X-ADV, maar hij staat uitstekend z’n mannetje en haalt met flitsend gemak de 155 km/u. Zowel aan dergelijke snelheden als aan een slakkengangetje valt op hoe eenvoudig de 216 kilogram zware TMAX zich van z’n ene op z’n andere oor laat gooien – noch de Dunlop Sportmax Roadsmart 3’s, noch de heerlijk afgestelde vering laten zich ook maar op een foutje betrappen, waardoor we als een vers geslepen bijl door het maccadam klieven. Top! Een lijn die de TMAX doortrekt wat betreft de ankers aan boord: de dubbele radiaalremmen vooraan en de enkele klauw achteraan trekken repen asfalt uit het wegdek en brengen de TMAX perfect gecontroleerd tot een halt, zonder dat je het bloed uit je vingers hoeft te knijpen. Wat ankers betreft scoort enkel de Kymco nog net enkele centimeters beter op de remafstand – maar da’s mekkeren in de marge.

We hebben de TMAX zeker niet met zachtaardige hand gemend, dus als aan de pomp blijkt dat onze Yam er gemiddeld 5,25 liter doorpleurt, vinden we dat best meevallen. Wat minder meevalt, is het totale kostenplaatje: wil je zo’n superuitgedoste DX onder je (verwarmde) billen, dan tel je daar minstens 13.395 euro voor neer. Noorderburen klokken af op 14.699 euro. Beslist geen habbekrats, al krijg je er wel een heel uitgebreid en erg comfortabel pakket voor terug…

 

+Punten

Erg homogeen pakket

Sportief en verfijnd aanvoelen

Windbescherming

 

-Punten

(Te) breed zadel

Ergonomie voor kleinere rijders

Prijs DX-versie

 

 

Facebook comments