Test: Kawasaki Ninja 650

Heimelijk persoon’ mag dan wel de vertaling zijn van het Japanse ‘ninja’, dat is allerminst het gevoel dat primeert nadat we van de luidruchtige en aan de groene laklaag te zien onrijpe koersbanaan gestapt zijn. De opvolger van de ER-6f beschikt naast een afgetraind lijf over vele kwaliteiten, maar subtiliteit en onder de radar blijven horen daar hoegenaamd niet bij. Of de tweepitter zijn plaats in de inmiddels legendarische Ninja-dynastie verdient, mocht ondergetekende aan den lijve gaan ondervinden. 

 

Tekst: Jelle Verstaen

 

Aangezien de voorrijder er van bij het begin aardig de pees op legt, kunnen we meteen voelen hoe het blok presteert onder druk. En dat blijkt behoorlijk mee te vallen: pruttelt het machientje stationair nog als een doordeweekse zitmaaier, dan gaat ie vanaf 3.000 toeren huilen als Bert Anciaux en vanaf 5.500 omwentelingen echt loeien als een vers gebrandmerkte stier. Die heerlijke sound houdt aan tot de Ninja bij 10.000 o.p.m. de begrenzer in jengelt. Vanaf lage toeren pikt hij aardig op, maar pas bij 5.000 toeren krijgt de tweepitter er echt zin in. De paralleltwin uit de ER-6f heeft een heleboel updates aan boord en een knap verbeiteld smoelwerk dat ‘m meer richting de ZX-10R moet duwen. De transformatie van ER-6f naar Ninja 650 is sowieso best indrukwekkend te noemen: ja, het piekvermogen werd met 3 pk teruggeschroefd tot 68 pk om ‘m door Euro4 te loodsen, maar de grootste winst voor de toekomstige bestuurder zit ‘m in het feit dat de fiets door z’n nieuwe buizenframe en andere swingarm maar liefst 19 kilogram aan gewicht verloor, waardoor de pk/gewichtsverhouding er duchtig op vooruitgegaan is. Negentien kilogram minder! Dat is bijna voldoende om de vroegere Koen Crucke naar de huidige te transformeren, of het huidige exemplaar in het niets te doen verdwijnen. En dat voel je meteen: de Ninja 650 is zowel uiterlijk als prestatiegewijs getransformeerd van een wat makke midrange sporttoerer naar een middenklasser met supersportallures. Zo zien we het graag!

 

Haakse slijper

Het voordeel van dit licht en relatief nauw geschoeid pakket (160/60-ZR17 achteraan) is dat het zich heel eenvoudig door elke bocht laat jassen. Even stevig in de remmen, in hoge toeren zonder blokkerend achterwiel afschakelen – met dank aan de slipperassistkoppeling – en ‘m met een vloeiende rechterpolsrol de draai insteken. Na de eerste aanpassingsronde in het spoor van de voorrijder kweken we het nodige vertrouwen om steeds sneller in te sturen en krappere hellingshoeken op te zoeken: feest! De Dunlop D214’s om de lichte vijfspaaksvelgen presteren ver boven de verwachtingen, als ze al een steekje laten vallen, dan is het tijdens het eerste kwartier van onze testrit. Koude wegen en dito banden gaan gewoon niet samen met het hoge tempo van de voorrijder. Gedurende de resterende testkilometers laat de kleine Kawa zich als een haakse slijper door elke curve sturen, zich vastbijtend in het beton en geen millimeter wijkend van de rijlijn.

Wel valt tijdens het bochtenpikken op snelheid meteen op dat de niet-instelbare, conventionele 41 mm voorvork niet meteen de grootste liefhebber is van supersportief gebruik: de neus duikt bij het aanremmen voor de bocht behoorlijk diep door en gaat snel oprichten wanneer je in de bocht zelf nog corrigerend het remhendel beroert. De meer centraal boven de swingarm geplaatste achtervering laat zich qua veervoorspanning bijregelen, en staat standaard behoorlijk strak afgeregeld, al is ook die instelling niet helemaal toegesneden op het snellere werk. Geen klagen van onze kant weliswaar: de kans dat het doelpubliek de bike afragt zoals wij dat in Almeria hebben gedaan, is vrij beperkt. Racers niet te na gesproken uiteraard, maar die kiezen wellicht van meet af aan voor het echt gifgroene (viercilinder-)spul.

 

Feng Shui

De slipperassistkoppeling is een absolute zegen op deze fiets. In de bergen rond Sorbas trekken we fel van leer op de kleine Ninja, maar zelfs bij agressief afschakelen tijdens een afdaling – waarbij er beduidend minder druk is op de achterhand – gaat de Ninja niet aan het glijden. In de bergen kiezen we opvallend vaak voor de derde en vierde in de bak om ons van bocht naar bocht te loodsen, waarbij vooral de range van die eerste in positieve zin opvalt. Afremmen tot 40 kilometer per uur, insteken en uitaccelereren tot dik 110 kilometer per uur? Allemaal in z’n drie. Als er een langere rechte strook aankomt, is de vierde van de partij. Als we er in zesde alles uitpersen, klimt de snelheid mooi lineair tot 190 kilometer per uur, daarna is het harken tot we uiteindelijk afklokken op 204 kilometer per uur. Geen onaardig rapport om mee thuis te komen. Hoofdredacteur Dirk was eerder al vrij positief over de Z650 na de eerste test enkele weken geleden, en toch denk ik dat het plaatje beter klopt in Ninja 650-jasje: het gretige blokje dwingt je immers om hoger in de toeren te vertoeven, wat naar mijn mening toch eenvoudiger te verteren valt op een supersport dan op een naked. De harmonie tussen mens en werkomgeving – ofte Feng Shui, voor de liefhebbers – zit gevoelsmatig gewoon beter op de Ninja.

 

De doelstellingen van Kawasaki waren aanvankelijk niet gering: de verleidelijke blik en gespierde look van een echte Ninja presenteren, gecombineerd met veelzijdige inzetbaarheid van een lichte en wendbare middenklasser die elke berijder zijn nodige shot adrenaline kan bezorgen. Check, dubbelcheck, triplecheck! Voeg daar nog eens het vrij licht uitvallende prijskaartje (7.399 euro in België) bij – zonder dat de fiets er goedkoop gaat uitzien – en je weet dat dit model het wel eens een schot in de roos zou kunnen zijn voor de groene jongens.

 

Je leest een volledig testverslag van de Kawasaki Ninja 650 in het maartnummer van Motoren & Toerisme.

 

 

 

Facebook comments