Test: Kawasaki Z650

De Z650 verwijst anno 2017 op geen enkele manier nog naar zijn voorouder uit de jaren '70 en '80. Om maar iets te zeggen: hij kreeg de staande twin uit de ER-6 en hij wordt naar voor geschoven als de ideale motor voor groot en klein, Mieke, Jan en Alleman. Dat was vroeger toch even anders. De motor van de nieuwbakken Z werd qua injectie, kleptiming, in- en uitlaattraject aangepast om een optimale motorbeleving te verzekeren tussen 3.000 en 6.000 toeren, al komt het eindschot pas daarna in zicht. Waar de twin wel een knipoog geeft aan zijn illustere voorganger is op het vlak van vermogen. Met 68 pk aan 8.000 toeren en 66 Nm aan 6.500 toeren is de moderne watergekoelde tweecilinder de evenknie van de luchtgekoelde vierpitter van weleer.

 

Gassen

 

Al meteen na het wegrijden zijn we (opnieuw) onder de indruk van de levendigheid van het blokje, dit is de ER-6 ten voeten uit, maar dan nog een tikkeltje vrolijker. Tot 3.000 toeren valt er weinig te beleven, maar eens die kaap gerond, is het genieten geblazen, uiteraard zonder de punch van de grotere broers maar wel met dezelfde honger naar hogere toeren. De onder het blok gemonteerde uitlaat gilt als een blij speenvarkentje en voor je het weet slaat de toerenteller – een leuke mix tussen analoog en digitaal – aan het knipperen. Wil je de vaart er goed in houden, dan is het aangewezen om de naald boven de 6.000 toeren te houden.

 

.

 

Feit is: de Z650 heeft behoorlijk wat peper in de ko… euh power in het vooronder, zij het mooi evenredig verspreid over een brede powerband en zonder noemenswaardige pieken of dalen. Het rijwielgedeelte laat aan dergelijke tempi iets makkelijker in zijn kaarten kijken en een vluchtige blik leert: overall ruim voldoende. Het lichtvoetig stuurkarakter heeft als keerzijde dat de stabiliteit in snelle zwiepers niet die is van een supersport. Ook is de voorvork niet afgestemd op bruusk remmen (snel en diep duiken), is de achterhand te zacht geveerd en iets overgedempt uitgaand.

 

Gebruiksgemak

 

Hoog tijd om na al dat gegas ook even aandacht te schenken aan de ergonomie en het gebruiksgemak van deze Z. Eerste vaststelling: het steuntje dat de TomTom GPS draagt, kreeg niet voldoende rubber om z’n bol om het ding de hele rit recht te houden. Extra elastiekje nodig. De zithouding is voorbeeldig voor iedereen tot 1m 80, de knieën sluiten mooi aan tegen de uitsparingen in de tank en de hoeken die je ledematen maken zijn correct. Het zadel is voldoende breed, goed gepolsterd en helt niet af naar voor. Neutraal en vlak, zo hebben we het graag. Wie groter is dan 1m80 zal de zadelhoogte van 790 mm als te laag ervaren maar voor hen is in optie een hoger zadel beschikbaar.

 

 

Bullseye

 

Tja, wat valt er eigenlijk nog te zeggen over zo’n glimmend opgeblonken goede student? Dat hij er Sugomi*-gewijs gelikter uiziet dan de concurrenten in zijn scherp getailleerde, trendy maatpakje? Dat het een lichtvoetige, betaalbare pretfiets is (B: 6.899 euro, Nl: 7.699 euro)? Dat hij veel (maar niet alles) kan? Eén ding is zeker: Kawasaki heeft met deze nieuwe Z650 een model gelanceerd dat zowel nieuwkomers als mild ervaren motorrijders kan en zal bekoren. Van de ER-6 modellen zijn er sedert hun aantreden meer dan 120.000 wereldwijd verkocht, en gelet op de pre-orders voor de Z650 – nu al meer dan 12.000 – zal ook deze nieuweling een schot in de roos zijn. Van mij mag het, wegens toegankelijk voor jong en oud, goed gemaakt en wie weet: eeuwig jong?...

*gehurkt

 

De volledige versie van deze test lees je in het januarinummer van Motoren & Toerisme

 

Tekst: Dirk Gossye

Foto’s: Kawasaki

 

 

Facebook comments