Test: Victory Gunner

Je moet het maar doen, op basis van één motorblok elf motoren in de markt zetten die elk met een eigen identiteit een bepaalde doelgroep aanspreken. De Judge was de eerste motor die Victory vijf jaar geleden officieel in Europa voorstelde, de Gunner is de jongste creatie die aan het gamma werd toegevoegd.

 

De zithoogte van 635 mm is eerder een ‘zitlaagte’ want je krijgt het gevoel dat je met je reet net niet over het asfalt schuurt. De met rubber overtrokken voetsteunen staan ergens tussen ‘mid control’ en ‘forward control’ zodat de kniehoek voor een motorrijder van 1,83 meter toch vrij krap uitvalt. Het stuur is breed en naar de torso van de bestuurder toe geknikt zodat je niet voorover moet leunen om vast te stellen dat de te dikke handvatten nogal plastiekerig aanvoelen. Zoals ongeveer alle Victory’s klinkt de Gunner uit zijn standaard uitlaten iets te stil en vooral te braaf.

 

Polaris Industries, het concern achter Victory Motorcycles, meldt over de krachtbron alleen dat er 140 Newtonmeter koppel voorhanden is, over toerentallen en paardenkrachten wordt in alle talen gezwegen. Ondanks de forse afmetingen van de 50° V-Twin valt het koppel onderin een beetje tegen. Dokker je met een vette Harley potato-potato-potato gewijs in derde versnelling een rotonde af, dan moet je met de Victory terug naar tweede omdat er helemaal onderin de toeren niet zo heel veel te rapen valt.

 

De tweede verrassing komt van het rijwielgedeelte. OK, ondanks de naar cruisernormen riante veerweg achteraan staat de achterkant van de Gunner wat hard en de voorkant dan weer wat zacht geveerd, maar het opmerkelijkste aan het chassis is het neutrale stuurkarakter, voorwaar niet de standaard in cruiser middens. ‘Neutraal’ moet je evenwel niet interpreteren als ‘licht’ want de 130/90-R16 Dunlop Elite II voorband weegt als lood en vraagt een flinke input op het brede stuur om van richting te veranderen

 

“Mikt Victory met de Gunner recht in de roos of los er naast?”, is een vraag die een genuanceerd antwoord verdient. De looks zijn in ieder geval een voltreffer want de Gunner heeft cool en uitstraling op overschot, maar het samenspel tussen krachtbron en rijwielgedeelte had beter gekund. Zo vraagt de V-Twin niks lievers dan wat sportiever in de hoge toeren gereden te worden, maar daar schiet je niet veel mee op omdat de beperkte grondspeling je voor elke bocht verplicht om het tempo flink te laten zakken.

 

Je leest de volledige versie van deze test in het meinummer van Motoren & Toerisme

 

Het verdict

Type: Victory Gunner

Motor: lucht/oliegekoelde tweecilinder in V

Secundaire transmissie: tandriem

Cilinderinhoud: 1731 cc

Maximaal koppel: 140 Nm

Drooggewicht: 296 kg

 

Tekst: Bart De Schampheleire

Foto’s: Joost De Bock

 

Facebook comments