Toerroute:De Vlaamse klassiekersroute

De motormicrobe is een eigenaardig beestje. Van zodra het kwik een beetje de hoogte ingaat en de eerste ietwat aangename zonnestralen je met Vitamine D bestoken wordt het kleine eencellig micro-organisme wakker en dwingt het je de motor op. Zoals het virussen betaamt, overvalt ook de motormicrobe je op de meest ongepaste momenten. Leg thuis maar eens uit dat het geplande bezoekje aan een Zweede meubelketen moet plaatsmaken voor wat kilometers op twee wielen. Wij spraken al onze creativiteit aan om de perfecte uitvlucht te vinden om op zo’n moment het stalen ros toch de sporen te kunnen geven.

 

Tekst: Jochen Scheire         

Foto’s: Jorn Urbain

 

Doelloos rondrijden met je geliefde compagnon de route kan zalig zijn, maar de tijdsgeest waarin we leven vereist dat je toch maar beter nuttig en productief bezig bent. Tot het takenlijstje van uw dienaar behoort een wekelijkse bezoek aan de supermarkt om het nodige proviand voor de komende week te verzamelen. Tijdens één van de slapeloze nachten die eigen zijn aan onze ‘moderne’ manier van leven had ik plots een eureka-momentje. Waarom werk ik mijn boodschappenlijstje niet af tijdens een motorritje? Twee vliegen in één klap, de motormicrobe tevreden en dat saaie bezoek aan de supermarkt vakkundig omzeild.

 

Meus met Boonen

Je kan in het voorjaar geen krant openslaan zonder overspoeld te worden met berichtgeving over het klassieke wielervoorjaar. Zal Tom Boonen zich kronen tot Monsieur Paris-Roubaix? Wie wint godbetert Nokere Koerse? Als motorrijder kan het best zijn dat dit je allemaal geen zier kan schelen, maar die Vlaamse klassieke wielerwedstrijden rijden wel over de leukste wegen die je bij ons kan vinden. Bij Vlaamse klassiekers denk ik, als savoureur van de betere Vlaamse keuken ook aan lekker eten. Jeroen Meus zocht enkele jaren uit wat dé Vlaamse klassieker in de keuken is, en dat blijkt… stoofvlees met frieten. Ik besluit als testcase op zoek te gaan naar lokale producenten waar ik alle ingrediënten kan vinden om dit oervlaams recept klaar te maken en brei de adressen aan mekaar met leuke stuurweggetjes om zo het leukste boodschappenlijstje van het jaar te maken zonder ook maar één supermarkt binnen te stappen. De dag erna mag de redactie komen uittesten of het experiment geslaagd is en komen proeven van de stoofpot.

 

 

 

Het boodschappenlijstje

Alle respect voor Vlaanderens meest populaire keukenpiet, maar het recept voor stoofvlees dat ik van mijn moeder mee heb gekregen wijkt een beetje af van het recept van onze TV-kok par excellence. Ik kies ervoor me aan m’n vertrouwde receptuur te houden en om op zoek te gaan naar volgende ingrediënten: Peperkoek, bruin bier, mosterd, stoofvleeskruiden en laurierblad, vlees, aardappelen voor de frietjes en witloof voor een slaatje. De uitgestippelde rit bedraagt ruim 160 kilometer en voor één keer zal ik na een motortochtje niet met lege handen thuiskomen.

 

Het witte goud

Ik spreek voor de start van mijn hamstertocht op het dorpsplein van Serskamp af met de fotograaf die met de wagen zal volgen, hierdoor kan ik de koffers thuislaten en alle boodschappen in de wagen deponeren, en dat is alvast een handigheidje. Er moet immers eten voor minstens tien man op tafel komen want morgenavond zijn de collega’s op het dorpsplein uitgenodigd om in Café Eendracht alles te komen verorberen. Iets voor negen starten we, hopelijk zijn we voor zessen terug, dan willen we hier namelijk ons laatste ingrediënt – het vlees - nog ophalen.

Tussen Serskamp en Smetlede ligt een klein offroadbaantje. Dit stukje staat niet op de route maar wanneer je met een hoogpoter op de baan bent is het steeds verleidelijk om eventjes buiten de gebaande paden te gaan spelen. Ik heb altijd geleerd dat je eerst moet werken en dan pas mag spelen dus na enkele minuten zandvreten haasten we ons snel terug het asfalt op. In Impe passeren we aan Alpe D’Huez. Niet dat we in de Alpen zijn, maar Alpe D’Huez is de naam die Lucien Van Impe, onze laatste winnaar van de Tour de France, aan z’n villa daar heeft gegeven. Na een vijftiental kilometers door akkers en weiden moeten we de eerste keer van de motor af om ons eerste ingrediënt op te halen.

In Aaigem kweekt de familie Minoodt sinds jaar en dag grondwitloof. In het kleine winkeltje voor de hangar waar jonge witloofworteltjes alle tijd krijgen om uit te groeien tot een lekkere groente, koop ik een kilootje van dit ‘Brussels lof’. Een bezoekje aan de donkere hangar waar het witloof wordt gekweekt doet me alvast veel respect krijgen voor de kwekers van dit witte goud. In een grote, pikdonkere, betonnen stal haalt de zoon des huizes stronk per stronk het witloof uit de grond. Grondwitloof kan je kweken tot begin mei, dan wordt de grond te warm, schiet het te snel op en kan het niet meer geteeld worden. Nog even profiteren dus, vanaf mei kan je nog witloof krijgen uit hydrocultuur, maar dat schijnt toch net iets minder lekker.

 

Even verpozen

Het volgend ingrediënt op het lijstje is bruin bier. Om zeker en vast een leuk stuk Vlaamse Ardennen te kunnen meepikken op de route kiezen we voor brouwerij Roman in Oudenaarde om het bier te gaan ophalen. Na de eerste stop bevinden we ons al snel in het hart van de Ronde van Vlaanderen. Het eerste bekende heuveltje uit Vlaanderens mooiste dat we passeren is de Eikenmolen. Op dit klimmetje plaatste Stijn De Volder tijdens zijn overwinningen in de Ronde tweemaal de beslissende aanval. Wij rijden op de eikenmolen echter naar beneden en niet naar boven, met de motor is zo’n molshoop opvlammen niet echt een uitdaging en vergt het afdalen meer stuurmanskunst dan het oprijden.

Na de Eikenmolen gaat het via de Elverenberg richting Valkenberg in Brakel. Bovenop de Valkenberg vind je aan je linkerkant één van de meest pittoreske cafeetjes die Vlaanderen rijk is. ‘Café in den hengst’ blijkt echter enkel in het weekend open en we kunnen er vandaag niet terecht om ons met een tas koffie op te warmen rond de Leuvense stoof. Opwarmen is gelukkig niet nodig want ondertussen is de temperatuur flink aan het stijgen en priemen de eerste zonnestralen door de wolken. We zijn exact één week voor het begin van de lente en hopelijk heeft het aankomend seizoen nog heel wat van deze dagen in petto.

 

Adriaen Brouwer

De volgende 20 kilometer blijven we kuitenbijters op- en afrijden. Hier en daar ligt er nog een vette brij op het wegdek maar die wordt er de komende weken vast afgereden door gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde tweewielers die deze streek als hun speeltuin beschouwen. Na een kilometer of 60 bellen we aan bij brouwerij Roman. Aan de gevel van zowat elk cafeetje dat je hier passeert zie je reclame hangen van Romy Pils die hier wordt gebrouwen. Romy Pils werd onlangs echter omgedoopt tot Roman Pils en ik krijg medelijden met de man die overal deze uithangborden zal moeten gaan vervangen. Een pilsje is niet echt geschikt voor het doel dat wij nastreven vandaag en we vragen de brouwmeester welk bier uit het ruim Roman-assortiment het best geschikt is om stoofvlees te bereiden. De man verzekert me dat dit Adriaen Brouwer Black Gold is. We geloven hem op z’n woord en nemen vier grote flessen van dit zwarte goud mee. Dat moet zeker volstaan en mocht er iets over zijn dan weten we daar vast wel raad mee. Een kort bezoekje aan de brouwzaal doet het water in de mond komen, maar er moeten nog veel boodschappen worden gedaan en we moeten voortmaken. Met enkel wat witloof en bier kan je namelijk geen stoverij op tafel toveren.

 

Peper in ’t gat

We verlaten Oudenaarde en rijden langs de Zwalmstreek de Vlaamse Ardennen uit. Onze volgende stop is Lokeren waar we bij Jobo Specerijen achter kruiden gaan. Echte kuitenbijters moeten we hier niet meer vrezen en eens Oosterzele gepasseerd is van hoogteverschillen geen sprake meer. Door gans de voormiddag aan eten te denken overstijgt het geknor van de maag ondertussen ruimschoots dat van de Triumph driepitter en ongeveer halverwege de route, in ’t pleintje in Gijzenzele, eten we snel ‘een krokske’ (een ‘tosti’ voor onze Nederlandse vrienden). Na deze snelle hap tuffen we met enigszins bijgevulde magen langs Melle naar Laarne. Het kasteel laten we links liggen om langs boom- en rozenkwekerijen verder naar Lokeren te sturen waar we even de stad in moeten.

Bij Jobo maken ze vooral kruiden die gebruikt worden bij slagers en die je er dikwijls ook kan kopen. Wanneer we de deur van het bedrijf openen worden we werkelijk overvallen door een onwaarschijnlijke geur van kruiden en specerijen. De patron legt ons uit dat ze hier vooral kruidenmengelingen maken, wij kiezen voor stoofvleeskruiden en laurierblad en overwegen even een beetje ‘peper in het gat’ te steken om vlotter onze volgende posten af te werken. Van Lokeren gaat het richting Hamme en Moerzeke waar we aardappelen en mosterd hopen te vinden. De stukjes rijplezier tussen de verschillende tussenstops worden vanaf hier een stukje korter en dat is nodig als we op tijd willen rondgeraken.

 

Net geen nieuwe patatten

Hamme en Moerzeke zijn bij motorrijders vooral bekend van Dholda, de legendarische Hondadealer, en de Herfstrit, het jaarlijks motortreffen ten voordele van de Vlaamse Vereniging Autisme eind oktober. In Hamme wordt echter ook sinds jaar en dag ambachtelijke mosterd gemaakt. Aan de 200 jaar oude molen ‘de grote Napoleon’ heeft bakkersfamilie Mariman een heus multifunctioneel complex gebouwd, Oud huys Mariman. Je vindt er achter de indrukwekkende molen naast een bakkerij ook een tearoom en enkele feestzalen. Hier wordt ook de ambachtelijke mosterd gemaakt en verkocht die wij zullen verwerken in onze stoofpot. De Ronde van Vlaanderen passeert dit jaar aan de molen en voor die gelegenheid zal hij na twee jaar stilstand nog eens worden opgestart. Uitbater Stijn Mariman is een fervent lezer van Motoren & Toerisme, alvast een motorgroet vanop de redactie en ‘tot in den draai’.

Na enkele kilometers door akkers en velden komen we terecht bij Agra Claessens in Moerzeke, vooral bekend voor hun ‘Moese patatten’. De zaakvoerder toont ons in de serres van het bedrijf de jonge aardappelplantjes en vertelt in geuren en kleuren over zijn job die duidelijk ook zijn passie is. Omdat Moerzeke aan de oevers van de Schelde ligt is het er in de winter ietsje warmer dan in de omliggende gemeenten. Dat mildere klimaat zorgt er steevast voor dat je in Moerzeke de eerste ‘nieuwe’ patatten vindt in de regio. De Moese patat wordt tevens gekenmerkt door een zeer dunne schil die je er eenvoudigweg kan afwrijven met de hand. Voor nieuwe aardappelen zijn we iets te vroeg, die worden ten vroegste half april geoogst en we kiezen voor frietaardappelen die hier ook worden gekweekt en bewaard om morgen onze frietjes te maken.

 

Het varkentje wassen

Omdat de bruggen over de Schelde hier niet al te talrijk zijn en we absoluut de stroom over moeten om bij Vondelmolen in Lebbeke peperkoek te gaan halen zijn we na Moerzeke verplicht om een stukje drukke steenweg te nemen door het Dendermonds industriegebied hoogveld. Zeker niet het plezantse deel van de route maar nog altijd liever hier filefilteren dan in de gangen van het grootwarenhuis.

Vondelmolen maakt al 150 jaar peperkoek volgens een aloud familierecept. Ter ere van dat 150-jarig bestaan was de dag voordat wij achter onze peperkoek kwamen Koning Filip hier op bezoek. De vorst kreeg als geschenk een fors uit de kluiten gewassen peperkoek mee, wij zullen voldoende hebben aan één pakje om aan de slag te kunnen.

Het laatste stukje van de route brengt ons van Lebbeke terug naar Serskamp. Berlare is dit jaar ‘dorp van de ronde’ en voor we terug naar huis rijden kruisen we nogmaals de Schelde om nog een ommetje te maken langs het Donkmeer dat zich in het dorp van de ronde bevindt.  Mocht je tijd hebben dan kan je hier rustig genieten van een terrasje en naar de bootjes op het meer kijken, wij haasten ons terug naar het begin- en eindpunt van de route waar we misschien wel het belangrijkste bestanddeel van ons recept nog moeten ophalen bij de plaatselijke slager: het vlees.

Varkenswangetjes van Duroc d’Olives zijn volgens onze lokale beenhouwer het best geschikt voor onze bereiding en dus bestellen we genoeg van deze wangetjes om met een man of tien van te eten. Duroc varkens zijn rode varkens die op een diervriendelijke manier in Lochristi worden gekweekt, ze leven in ruime, goed verlichte stallen en hebben zelfs speelgoed om zich mee te amuseren. De filosofie hierachter is dat een ontspannen en goed verzorgd dier automatisch gezonder is en dus minder medicatie nodig heeft. Het vet in het voedsel van de dieren wordt gehaald uit olijfolie. Je kan de olie niet proeven, maar ze zou het vlees wel gezonder, smaakvoller en zachter maken. We raken net voor sluitingsuur van de beenhouwerij terug in Serskamp maar besluiten het vlees nog een nachtje in diens professionele koeling te laten liggen en het de volgende dag vlak voor ik de koksmuts aantrek te gaan afhalen.

 

Komen eten!

Het belangrijkste moet nu uiteraard nog komen. Het klaarmaken en opeten van stoofvlees en frieten. Aangezien ik hoogstwaarschijnlijk ooit op de redactie al eens heb opgeschept over mijn kookkunsten is het bijzonder belangrijk dat ik hier niet volledig de mist in ga. Het zou ten andere zonde zijn van de ingrediënten. Na een goeie twee uur kokkerellen zijn de ruim drie kilo varkenswangen en andere ingrediënten omgetoverd tot een pruttelend kookpotje, de frietjes worden een tweede keer gebakken en dan… kan er gegeten worden. Het kan zijn dat de collega’s geen negatieve commentaar durfden te geven, maar aangezien de hele pot stoofvlees tot het laatste draadje vlees is opgegeten veronderstel ik dat het heeft gesmaakt. Nog belangrijker is dat het als toetje nog een hele gezellige avond wordt en dat we met z’n allen meer dan ooit klaar zijn om er voor onszelf, maar vooral voor jullie een spetterend motorseizoen van te maken. En oh ja, dit was waarschijnlijk niet de laatste keer dat ik met de motor om boodschappen ging. Dit was zoveel plezanter dan alles in één rush gaan ophalen in het warenhuis. Bovendien kan je op zo’n sprokkeltocht met eigen ogen zien waar je producten vandaan komen en hoeveel hartstocht er wordt in gestoken vooraleer ze op je bord belanden. Smakelijk!

 

De volledige versie van dit reisverhaal én Jochens eigen recept voor stoofvlees met frieten lees je in het aprilnummer van Motoren & Toerisme

Facebook comments