Vergelijkingstest: Kawasaki Z650 vs Yamaha MT-07

Vergelijkingstest: Yamaha MT-07 vs. Kawasaki Z650

Kaper op de kust?

Wie er de jongste jaren aan dacht om een nieuwe eerste motor op de kop te tikken, kwam al snel uit bij de Yamaha MT-07. Een middenklasser die zowel jonge beginners als heropstappers voor zich wist te winnen door de heerlijk soepel lopende twin, stoere looks en een vederlichte prijskaartje. Maar begin dit jaar kwam uit de fabriek van Kawasaki Heavy Industries een te duchten tegenstander gerold: de Z650. Of die kleine gifkikker fel genoeg van zich afbijt om de Yam het vuur aan de schenen te leggen, konden we tijdens een duel in de Portugese Algarve gaan ontdekken.

Tekst: Jelle Verstaen
Foto’s: Target Press

Als je denkt aan cilinderinhouden tussen 500 en 700 cc, kom je al snel uit bij een paar motoren die gedoemd lijken om elke meter op de kilometerteller te slijten als rijschoolmotor of ideale commuter, en derhalve niet spannender zijn dan de panoramabeelden van het parlement in Villa Politica. Daar werd in 2014 verandering in gebracht door de jongens van Yamaha, die hun MT-07 als Master of Torque in de markt zetten, hem nog even de slogan ‘The Dark Side of Japan’ meegaven en hun stinkende best deden om die twin zo vervaarlijk mogelijk voor de dag te doen komen. Enter een set opvallende luchtinlaten, een arrogante kop, een scherp afgetraind silhouet van voor- tot achterspatbord en een sportieve, onder het wonderlijk potente blok geplaatste uitlaatdemper. O ja, om de horens had de 07 ook nog eens een prijskaartje hangen dat in het dwarrelen nauwelijks moest onderdoen voor het gemiddelde donsveertje. En of die tweepitter aansloeg bij het jonge volkje: sinds de lancering hebben de blauwe jongens er wereldwijd duizenden van verpatst, waarmee ze elke concurrent richting tissuedoos ordonneerden. Niet in het minst de jongens van Kawasaki, die het marktaandeel van hun eveneens populaire, maar veel bravere ER-6n zienderogen kleiner zagen worden in de spiegels van de MT. Het ER’tje was immers al sinds 2006 op de markt en had sindsdien wel enkele updates gekregen, maar kon – afgezien van de excentriek gemonteerde achtervering – maar op weinig gekwijl rekenen bij het potentiele cliënteel. Wat de vele kopers van het ding over de streep trok waren de neutrale zithouding, het lekker strak sturende rijwielgedeelte en het veelzijdige motortje dat over een vrij brede powerband beschikte. Al bleken zelfs die troeven niet opgewassen tegen het verkoopkanon genaamd MT-07. Toenmalig M&T-redacteur Arno schreef in 2014 de profetische woorden: “Hoewel de ER-6n in Europa een absoluut verkoopsucces was, lijkt het er sinds de komst van de MT-07 op dat Kawasaki aan zet is om met een nieuwe middenklasser naar buiten te treden…” Et voilà, enkele jaren in de teken- en boetseerstudio later komen de groenen met hun Z650 op de proppen, die maar één doel voor ogen heeft: elke morzel marktaandeel die de MT-07 ooit veroverd heeft opnieuw annexeren.  

Muggenziften voor gevorderden
Toeval of niet, maar op het moment dat ik in Zuid-Portugal vertoef met een Z650, loop ik collega-motorjournalist Ed – ‘Raket’ voor de vrienden - van Motorfreaks tegen het lijf aan boord van een
MT-07. Zit daar geen plaatje van een dubbeltest in? Doen! 
Terwijl ik op één knie steun om mijn motorlaarzen dicht te gespen, blik ik al even naar mijn twee proefkonijnen van vandaag. Daarbij valt meteen op dat Kawasaki het gat qua design aardig heeft dichtgefietst. Neen, de ER-6 zag er bijlange niet slecht uit, maar was toch eerder een muurbloempje als je ‘m naast de blitse MT-07 parkeerde. Vooral het doorsijpelen van de vrij agressief gelijnde Sugomi-stijlfilosofie van de Z-reeks naar de 650 is op de nieuwkomer een opsteker, evenals de afwerking waar weinig op af te dingen valt. Alle naden sluiten mooi aan, de stickers zitten onder de blanke lak en alle losse endjes zitten mooi achter paneeltjes of kaderdelen verborgen. Akkoord, de striping op de tank lijkt niet uit hetzelfde groene lakpotje van het frame te komen, maar da’s muggenziften voor gevorderden. De spuitbus blanke lak bleek dan weer al helemaal leeg toen Yamaha nog stickers van de gekruiste stemvorken en de typeaanduiding moest kleven, maar alle organen zitten net als op de Kawa knap in het frame gelepeld.

 

Middenschap
Met de zijstandaarden uitgeklapt is het kinderspel om je been over elk van de twee motoren te zwaaien en in de betrekkelijk lage zit plaats te nemen. Loopt het passagierszadel op de Kwak haast naadloos over in dat van de bestuurder – en biedt die tegelijk een nuttige ruggensteun – dan voelen onze billen op de MT-07 meteen de leemte van dik een centimeter tussen beide zadelhelften. Beide zitjes zijn ruim voldoende dik gevoerd, waardoor we niet meteen hoeven te vrezen voor pijnlijke billen. De tanksectie van de MT loopt vloeiend over in het het brede zadel, maar leent zich niet optimaal tot klemmen tussen de knieën bij het afremmen. Bij de Kawasaki zijn de uitsparingen dieper en meer uitgesproken, waardoor je er bij sportief bochtjespikken lekker in kan haken. De voetsteunen zitten op beide fietsen niet te hoog en mooi loodrecht onder de heup, waardoor je een vrij relaxte hoek maakt met je knieën. Voelt het op de Z650 meer alsof je bovenop het voorwiel zit, waardoor je het stuur kan vastnemen met je bovenarmen nagenoeg langs je bovenlijf, dan vraagt de Yamaha met mijn krappe meter zeventig een iets meer gestrekte aanvalshouding. In die houding krijg je een heldere blik op de beide instrumentenpanelen. Het display van de MT-07 is niet het meest ravissante dat we ooit onder ogen kregen, maar blinkt wel uit qua functionaliteit: de snelheidsmeter en onderliggende toerenteller zijn constant raadpleegbaar, wat bij de Z650 geen evidentie is. Op de Kawa moet je je blik echt ostentatief van het wegdek afwenden om naar beneden te kijken. Eenmaal je dat gedaan hebt worden je ogen wel getrakteerd op knap vormgegeven schermpje, met in een cirkel geplaatste LED-streepjes voor het toerental bovenaan in beeld. Beide displays zijn met een versnellingsindicator uitgerust, de Z650 heeft bovendien een schakelindicator die geheel naar eigen voorkeur in te stellen is – eerder een éénmalig nuttige gimmick in onze ogen. Zowel op de Yam als de Kawa komen de bedieningsknopjes op beide stuurhelften duidelijk niet van het schap dat je in eender welke winkel op ooghoogte aantreft – een budgetrestrictie die we ook vertaald zien in de spiegels op beide fietsen. Vanuit het zadel geven beide motoren immers niet meteen een duidelijk zicht naar achteren toe, waarbij je ellebogen op beide motoren prominent in beeld komen. Zie je die gewrichten op de MT-07 nog haarscherp, dan wordt dat zicht op de Z650 bij nagenoeg elk toerental vertroebeld door trillingen.

Intense tango
Ondanks de zomerse temperaturen waan ik me even in ons Belgenlandje wanneer Ed en ik de kustweg inruilen voor de betere bergkronkels. De kwaliteit van het asfalt is om van te huilen, een lappendeken van putten en reparatiestroken in vijftig tinten grijs. Een kolfje naar de hand van de MT-07, die een pak comfortabeler is afgeveerd dan de Z650, waardoor ik vol op het gas kan blijven terwijl de vering elke oneffenheid voor mij uitstrijkt. Als ik in mijn spiegel kijk naar hoe Ed het er van afbrengt, dan twijfel ik even: trillen mijn spiegels nu, of krijgt mijn noorderbuur de rammeling van z’n leven in de nek van de Z650? Het blijkt de tweede optie te zijn. Wanneer we enkele kilometers verderop stoppen om onze waarnemingen te noteren, duwt Ed nog even snel de vullingen van z’n tanden weer op hun plaats. Even later dalen we langs een vers geasfalteerde weg af, waar de sportieve vering van de Kawa wel volledig tot z’n recht komt en ik op de MT-07 alle zeilen moet bijzetten om de kleine Kawa te volgen. Die houdt perfect z'n lijn en geeft je alle vertrouwen om nog net iets potenter door de volgende wegkrulling te jassen. Bijremmen in de bocht gaat zonder problemen, waarbij de voorvering wel aardig induikt, maar nooit abrupt en met een clement geregelde uitgaande demping, waardoor de voorvork niet ineens omhoog knalt, wat bij de Yamaha wel het geval is. Jep, ik heb op de Yamaha meer power aan boord, maar die wit-groene rakker voor me stuurt haarscherp door de bocht, terwijl ik een intense tango dans met de blauwbloedige Jap onder mijn billen. Behalve het strakke rijwielgedeelte, scoren de Groenen met de slipperassistkoppeling van de Z650, snufje dat de MT-07 ontbeert. Het niet-instelbare koppelingshendel op de Yam is dan wel licht bedienbaar, maar zonder zakken vol tussengas kan de koppeling niet voorkomen dat we hotsend en botsend de bocht induiken als we even sportief proberen afschakelen als op de Z650. De voorzijde gaat dan weer net dat tikkeltje te snel door de voorvering duiken en richt bij bijremmen in de bocht behoorlijk snel op, wat in combinatie met de on/off-reactie van het gas voor een licht pogo-gevoel zorgt. Niet meteen wat je wilt als je rijdt op het tempo dat het krachtige blok dicteert. Want poken kan die twin nog steeds als de beste…

 

LeMond en Fignon
Dat kunnen we aan den lijve ondervinden als we testen hoe beide motoren in alle versnellingen laten spurten tegen elkaar: voorwielen gelijk, mits handgebaren een versnelling vastleggen en aftellen van drie naar één. Volle gas!  In de eerste twee versnellingen gaat de MT-07 doodeenvoudig in de ketting klimmen als je de koppeling goed laat komen en je het gas viriel opendraait, de Kawa gaat enkel in eerste steigeren. Het grootste verschil merken we in derde versnelling, waarbij de Green Machine heel kort gegeard lijkt en in no time in de begrenzer draait, terwijl de Yamaha blijft doorsleuren en in ijltempo uitloopt. In vierde, vijfde en zesde gaat het aanvankelijk vrij gelijk op als we een vliegende start nemen van 60 kilometer per uur, maar uiteindelijk gaat de Yamaha steevast met de bloemen lopen. Het is geen enorm verschil, maar  was dit de Tour de France van 1989 geweest, dan heette de MT-07 Greg Lemond, terwijl de Z650 Fignon-gewijs in het zand beet. Hoe je het ook draait of keert, de ‘crossplane2’ krachtbron van de MT-07 loopt rustiger en meer lineair dan de rauwe tweepitter in de Kawasaki. De combinatie van een 270° krukas met een kleinere boring en langere slag geeft de paralleltwin van de MT-07 de heerlijke feel van een V-twin. Onderin lekker krachtig dus, maar in dit geval ook met een behoorlijk eindschot in de benen, waar de 180°-krukas van de Kawa ‘m een meer stampend karakter meegeeft en het in hoge toeren langs de inlaatkanalen fluitende blok eigenlijk enkel in het middengebied kan bijbenen. Al gebiedt de eerlijkheid ons uiteraard ook naar de technische fiche te verwijzen, die een extra longinhoud van 40 cc in het voordeel van de Yamaha verraadt. Verder heeft die laatste met z’n 75 pk ook dik zeven paarden meer aan boord dan de 68 pk sterke Kawasaki, terwijl het maximale vermogen ook dik 1.000 toeren later afgegeven wordt – bij 9.000 toeren op de Yam, reeds bij 8.000 omwentelingen op de Kawa.
Als we na onze geïmproviseerde spurtjes behoorlijk hard in de ankers moeten, dan treffen we op beiden een setje axiaal gemonteerde remklauwen aan. In het geval van de Kwak worden de dubbele wave-schijven vooraan gegrepen door Nissin tweezuigerremklauwen, z’n broertje achteraan staat er alleen voor. Eenzelfde opstelling treffen we bij Yamaha, zij het met tweezuigerremklauwen uit de eigen stal vooraan. Die combinatie werkt op beide machines naar behoren, al remt de Kawa duidelijk strakker mits voldoende knijpkracht in je rechtervingers. Dan tonen de Nissins zich perfect doseerbaar en opereren ze zonder loze slag. De Yamaha presteert opvallend minder, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er iets fout was met de remmen, vermoedelijk een combinatie van hoge kilometerstand (meer dan 24.000 km is redelijk veel voor een hard op de proef gestelde testmotor) en oneigenlijk gebruik (iemand een circuitdagje meegepikt?). Uit een eerdere test op de MT-07 was mij immers het uitstekende remgevoel vooraan bijgebleven.

Geen slechte zaak
Het verschil in prijs tussen de Yamaha MT-07 (7.195 euro, 7.999 euro in Nl.) en de Kawasaki Z650 (6.899 euro, 7.799 euro in Nl.) is met hooguit 300 euro echt minimaal, wat het verschil qua rijervaring tussen beide machines des te opvallender maakt. Maar welke motor je voorkeur ook geniet, een slechte zaak doe je in geen van beide gevallen. Zelf heb ik last van een hardnekkig dilemma: als ik een strak sturende en remmende fiets wil, dan grijp ik zonder twijfel naar de sleutels van de Kawa, wil ik mijn hartslag bij elke acceleratie tegen z’n limieten jagen, dan is de MT-07 ongetwijfeld nog steeds de betere keuze. Dat klinkt misschien alsof we niemand tegen de schenen willen schoppen, maar geloof ons vrij: lepel dat blok van die MT-07 in het rijwielgedeelte van de Z650 en je hebt het geheime recept voor de ideale duivel-doet-al.

Plus/Min

Yamaha

+          Heerlijk krachtig CP2-blok
+          Erg soepel schakelende versnellingsbak

_           Te slappe vering voor- en achteraan
_           Zithouding als je goed doorrijdt

Kawasaki

+          Strak afgeveerd, sportief rijwielgedeelte: heerlijke bochtenpikker
+          Remmen geven erg goeie feedback

_           Strak afgeveerd, sportief rijwielgedeelte: pijnlijke wegdekvertaler
_           Behoorlijk wat trillingen

 

Facebook comments